De politicus en de gevallen engel

   

    

  1. Prospectie

Beste buren,

Ik ben de nieuwe huurster van het penthouse. Om het nieuwe jaar in mijn nieuwe woonst goed te beginnen, nodig ik u graag uit voor een bescheiden housewarming. Ik hoop u zo te leren kennen met een drankje en een hapje.

Warme groet,
Mai Fistaux

 

Verbaasd kijkt Emiel naar de lichtblauwe kaart met het sierlijke handschrift. Een housewarming? Hij zoekt het even op in de Van Dale: ‘een inwijdingsfeest voor een nieuw huis’. Nog nooit heeft iemand hem gevraagd voor een dergelijke party. Ook niet voor een andere. Hij draait de kaart nog een keer om. Ja, het is wel degelijk aan hem geadresseerd: Emiel François Gerwen. Zijn verwondering gaat geleidelijk over in vreugde, dat híj́ erbij mag zijn, om dan plots om te slaan in paniek. Hij heeft niet eens een deftig pak. Hoe moet je rijke mensen aanspreken? Er wordt vast een cadeau verwacht! Waar moet hij dat extra geld vandaan halen? En… wat geef je aan mensen die je niet kent en die waarschijnlijk alles al hebben?
Ach, het is zeker een vergissing. Hij ruikt aan de kaart, kan de vreemde geur niet thuisbrengen en gooit ze in de doos waarop de letters PK staan: papier en karton. Emiel is een wakkere burger; hij selecteert heel secuur zijn afval.

 

  1. Insistentie

Beste buur Emiel,

Gisteren was u er niet bij. Geen enkel probleem. Niet iedereen houdt van veel mensen bij elkaar.
Toch wil ik u graag leren kennen. Daarom stel ik voor dat u een keer alleen langskomt, voor een kopje thee. Geen andere mensen, geen drukte. Gewoon even buurtenLaat gerust weten of u daar zin in heeft. Zo niet, dan is dat ook helemaal goed.

Met een vriendelijke groet van boven,
Mai Fistaux

 

Emiel staat paf. Een nieuwe uitnodiging. Dit keer alleen voor hem. En we zitten al meteen op voornaambasis? Tss.
Hij weet echt niet wat hij daarvan moet denken. Door het smalle raam van zijn souterrain staart hij naar de benen van de voorbijgangers. De drukte, de haast, het beeld van het jachtige leven. Hij probeert zich een voorstelling te maken van het uitzicht vanuit het penthouse… Zou hij de moed vinden?

 

  1. Valkuil

Push staat er op het knopje van de videodeurbel. Met zijn vinger zweeft hij er aarzelend boven, maar de deur springt open nog voordat hij heeft gedrukt.
Vanachter de deur klinkt een zachte, vriendelijke stem: “Kom binnen, Emiel. Kom binnen. Welkom!”
Gekleed in een eenvoudige, maar smaakvolle donkerrode jurk van fluweel verschijnt een schoonheid, een filmster waardig. Ze houdt voor hem de deur open. Emiel, geïntimideerd door haar vurige blik, durft haar nauwelijks aan te kijken. Hij mompelt een bedanking en stapt binnen. Bescheiden kijkt hij links en rechts vluchtig naar de talrijke kunstwerken aan de muren van de hal en de gang. Mevrouw Fistaux leidt haar gast naar de living. Ze zwaait met haar hand naar hem in een uitnodigend gebaar om te gaan zitten in haar exclusieve canapé, ontworpen door Jean Paul Gaultier. Dat haar gast de aanwijzing niet merkt en doorloopt tot aan het raam, vindt zij erg amusant. Ja, deze jongeman is zeer geschikt.

Emiel staart geboeid naar het immense panorama, naar de lucht, naar het licht. Dit is de hemel. Van de straat, zijn leefwereld, is hier geen spoor te bekennen. Als hij een tijdje goedkeurend heeft staan knikken, kijkt hij haar aan en zegt: “Mooi, mooi. U woont zeer mooi, mevrouw.”
“Zeg maar Mai, hoor. Bedankt voor het compliment, Emiel. Ga toch zitten. Waarmee doe ik je plezier: een tas thee? Of heb je liever iets fris?”

 

  1. Interview

“En waarmee ben jij de laatste tijd bezig, Emiel?”
Mai merkt tevreden dat hij pauzeert, dat hij eerst nadenkt voordat hij spreekt. In werkelijkheid is hij bang. Bang om een fout te maken. Bang om door de mand te vallen.

“Ik volg graag de politiek,” gooit hij er eindelijk uit.
“Ah, interessant. Wat spreekt je daar precies in aan?”
“Vooral het sociale, of beter, het asociale van het beleid. En ook het gebrek aan een echte klimaatpolitiek; daar kan ik me erg over opwinden.” Hij voegt er snel een glimlach aan toe, voor het geval zijn antwoord te scherp zou overkomen.
“Is die interesse werkgerelateerd?”
Zijn vingers krullen zich om zijn knieën, alsof hij zich eraan wil vastklampen.
“Ik ben werkloos momenteel,” bekent hij blozend, “enfin, eigenlijk al sinds ik ben afgestudeerd. Ik had gehoopt als journalist aan de slag te kunnen, maar blijkbaar zit geen enkele redactie op mij te wachten.” Emiel mijdt oogcontact. Hij kijkt naar het enorme contrast tussen het crèmekleurige, hoogpolige tapijt en zijn versleten schoenen. Hij bedenkt dat hij die vooraf nog had moeten poetsen.
“Dat moet niet makkelijk zijn voor iemand met ambitie. Zeker niet als je er alleen voor staat en geen voorspraak krijgt van een insider. Wat doe je dan met al die vrije dagen?”
“Ik schrijf opiniestukjes op sociale media en ik lees veel.”
“Ah, welk genre lees je graag?”
“Non-fictie. Meestal socio-economische werken. En ook biografieën van historische figuren.”

 

  1. Manipulatie

“Lezen is prima: je geest verrijken is zeker geen tijdverlies. Maar je hebt natuurlijk een oplossing op lange termijn nodig. Misschien moet jij meer ambiëren…” Mai volgt met argusogen zijn reactie.
“Heb je er al bij stilgestaan, Emiel, dat een journalist per definitie een toeschouwer is, een criticus van het beleid, altijd commentariërend van buitenaf? Wie aan de zijlijn staat te roepen, krijgt misschien wel volgers op de tribune, maar het spel wordt gespeeld door de spelers op het veld. Jij zou ook kunnen opteren om invloed uit te oefenen van binnenuit.”
“Bedoel je dat ik werk moet zoeken op een studiedienst van een partij, of zoiets?”
“Nee Emiel, in zo’n dienende functie kun je wel problemen aansnijden, maar enkel als politicus zet je ze om in keuzes en in beleid. Kritiek is waardevol, maar verantwoordelijkheid nemen en de wereld hervormen is beter. Toch? Ik weet hoe het werkt. Ik heb zelf ooit in de politiek gezeten,” liegt ze glimlachend. “Ik zie in jouw analytische blik een enorme kracht. Gebruik die, Emiel! Niet alleen kun jij de fouten in het systeem vinden, maar ze ook oplossen.”

Emiel schuift ongemakkelijk heen en weer in de dure canapé. Innerlijk moet hij toegeven dat hij er wel vaker van droomt te debatteren in het parlement of in duidingsprogramma’s, maar …
“Ik vrees dat ik daar het charisma niet voor heb,” zegt hij, mentaal het rempedaal indrukkend.

Mai verandert van register. De warme, begripvolle dame laat zich stilaan kennen als een strenge, mentale coach.
“Nonsens! Charisma kun je aanleren. Als jij van je passieve kritiek een instrument van verontwaardiging maakt, constructief en gericht op verandering, dan kan jij, Emiel, het beleid stroomlijnen. Je moet er alleen nog bewust voor kiezen.”

 

  1. Contract

Is het de intensiteit van het gesprek of het vreemde parfum van Mai dat hem een lichte duizeligheid bezorgt? Ongerust denkt hij: het zal toch niet waar zijn dat zij ongemerkt iets in mijn jus d’orange deed? Nee, dat is typische flauwekul voor stationsromannetjes.
Hij ademt een keer diep in en uit en tracht zich opnieuw te concentreren.
“Wat als ik jou nu eens zou helpen? Het denkwerk is uiteraard voor jou, maar ik zou de praktische zaken voor mijn rekening kunnen nemen? Jij kan als toppoliticus onze maatschappij hervormen, en ik steun je daarbij de volle honderd procent, in ruil voor je schaduw. Wel, Emiel? Je droom ligt binnen handbereik. Hebben we een deal?”

Het voelt voor hem net iets te simpel. En abrupt. Overdreven zelfs. Is dit wel goed? Hij wil bezwaar maken, maar zo’n aanbod afwijzen zou ondankbaar overkomen. Mai neemt zijn hand vast. Haar huid voelt ijskoud aan. Hij doet alsof hij het niet merkt, maar trekt zijn hand voorzichtig terug. Wanneer ze aandringt en haar vraag herhaalt: “Emiel, hebben we een deal?”, vloeit zijn innerlijke weerstand weg en geeft hij zich gewonnen.

Licht in zijn hoofd en een beetje wankel op zijn benen daalt Emiel af naar zijn donkere studio. Ondanks de twijfel overheerst het gevoel dat zijn leven nu pas echt gaat beginnen. Wie weet wordt het nog een succesverhaal.

In zijn hoofd rinkelt er geen belletje dat hem waarschuwt voor het prijskaartje van de afspraak met zijn niet te stoppen weldoenster, Mai Fistaux.

 

  1. Contrast

“Twee koffiekoeken, alstublieft.” Even later, op de terugweg van de bakker naar huis, ziet Emiel een bedelaar op de grond zitten. Hij aarzelt niet, zet zich naast de oude man, geeft hem een koek en begint zelf de andere op te eten.
“Dank je,” zegt de bedelaar ontroerd. Hij neemt een flinke hap en vraagt met volle mond: “Wat doe jij eigenlijk in het leven?”
“Ik was werkloos,” antwoordt Emiel, “maar ik heb zojuist een akkoord gesloten voor een heel belangrijke job. Ik ben in de wolken, man.”
De bedelaar knikt langzaam. “Dat contract klinkt te mooi om waar te zijn. Ik zou maar eens heel goed naar de kleine lettertjes kijken.”
Emiel lacht verlegen. “Dat zal moeilijk gaan. Het is een mondeling akkoord.”
“Reden te meer,” zegt de bedelaar droog, “reden te meer.”
Emiel antwoordt niet, maar in zijn hoofd wordt het erg onrustig…

 

“De jongen heeft zijn mondelinge akkoord gegeven,” zegt Mai aan de telefoon. “Hij heeft voorlopig nog niet door dat het een blanco cheque is. Ik vertel hem later wel wat hij heeft weggegeven. Nu kan hij aan de slag op een need-to-know-basis.”
Terwijl ze verslag uitbrengt, kijkt ze naar haar tenen. Haar opdrachtgever aan de andere kant van de lijn is tevreden. “Mooi. Doe maar voort, let op de details, en verlies geen tijd.” Mai legt de hoorn op de haak en gaat verder waar ze gebleven was met het zwart lakken van haar teennagels.

 

  1. Planning

Hun eerste werkafspraak loopt heel anders dan Emiel had verwacht.
“Kijk, Mai, ik heb al wat voorbereidingen op papier gezet. Hier heb ik bijvoorbeeld een vergelijking gemaakt tussen drie partijen waar ik me min of meer thuis zou kunnen voelen en, wie weet, kans maak om daar hogerop te klimmen. Wil je dat misschien al eens bekijken?”

De grijns van Mai is net zo dodelijk als een dolksteek in zijn borst. Ze neemt tussen duim en wijsvinger het papier van hem aan en dumpt het zonder kijken in de papiermand.
“Lieve Emiel, we gaan er geen tienjarenplan van maken, oké? Laat al die povere partijtjes het onderling uitvechten in de krabbenmand. Wij mikken rechtstreeks op doel. Jij wordt geen partijkoelie. Jij bent vanaf vandaag partijvoorzitter.”

Emiels mond valt letterlijk open. “Hoezo?”
“Jij sticht, hier en nu, een nieuwe partij. Bij de eerstkomende verkiezingen behaal je direct een paar zitjes in de Kamer. In de verkiezingen die daarop volgen, moet jouw partij op de wip zitten, zodat jij incontournable bent bij de regeringsvorming. Een strak plan, Emiel. We hebben geen tijd te verliezen.”
“Maar Mai, sorry dat ik dat zo zeg, maar nu loop je wel erg hard van stapel, hoor. Ik heb geen idee wat zo’n oprichting allemaal inhoudt, om van de kosten nog te zwijgen. En ik weet zelfs niet of ik geschikt zou zijn als voorzitter.”
“Lieve jongen, primo: een partij oprichten is peanuts. De financiën, dat regelen we wel, mits een kleine, creatieve boekhouding.”
Emiel kijkt bedenkelijk, wil protesteren, maar de gedachte aan een succesvolle toekomst wint het.
“En secundo: jouw tweede bezwaar is heel terecht; daarom gaan we daar wat aan doen. We gaan dat zelfvertrouwen stapsgewijs aanpakken. Let maar op: over een paar dagen zullen je vrienden je niet meer herkennen.”

“Misschien moeten we dan met die partijoprichting nog even wachten tot ik er klaar voor ben…”
“Niks te wachten! Die activiteiten kunnen perfect parallel lopen. Veel mensen denken: ‘Eerst mijn zelfvertrouwen vinden, en dan ga ik het doen.’ Dit werkt averechts. Zelfvertrouwen ontstaat ná actie, niet ervoor. Je brein gelooft wat je lichaam doet.”

 

  1. Transformatie

“Emiel, voortaan zit jij rechtop, en spreek je met presence, dit wil zeggen: lager, trager en duidelijker gearticuleerd. Denk eraan: dat doe je vanaf nu overal en altijd: thuis voor de spiegel, bij de bakker, zelfs op bezoek bij je ouders. Klaar?”
Hij heeft inmiddels begrepen dat tegenstribbelen of compromissen zoeken bij Mai enkel wrevel oproept. Zo gauw hij zijn mond opendoet om een opdracht bij te sturen, sabelt ze hem met haar blik neer. Hij houdt dan ook wijselijk zijn mond wanneer zij hem meeneemt naar Brussel ‘om hem eindelijk te verlossen van die slonzige kleren’.

“Bonjour Madame, Monsieur, bienvenue à la Maison Mac Phil.”
“Bonjour. Ce jeune homme a un besoin urgent de chemises et de costumes élégants, parfaitement adaptés à sa morphologie. Je compte sur votre tailleur pour répondre à nos attentes en utilisant les meilleurs tissus.”
“Notre maison s'en porte garante, madame.”

Emiel zit er voor spek en bonen bij, terwijl de kleermaker en de professionele stijladviseur van het huis in gesprek gaan met Mai. Men maakt niet zomaar enkele pakken, men maakt zijn pakken. Zijn dagelijkse activiteiten – in de toekomst wel te verstaan – komen aan bod, maar ook stijlvoorkeuren en wat het beste past bij zijn figuur, huid- en haarkleur. Bij de uitgebreide opmeting bespreken ze met de tailleuses zijn lichaamshouding, borstomvang en schouderstand, sans gêne. Mai voert het hoge woord, en tot zijn stomme verbazing weet zij dingen over hem die hij nooit heeft verteld.
In de paskamer kijkt hij in de spiegel: voor hem staat een vreemde man. Een man met Mai’s grimlach... Hij knippert met de ogen, en het is weg. Het spiegelbeeld is weer zijn eigen reflectie.

Op de terugweg, in de auto, werpt Mai af en toe een tevreden blik opzij: “Zo zie je er al heel wat deftiger uit. Voorlopig zijn deze aangepaste confectiepakken al een stap vooruit. Over een maand komen we terug voor de tweede fitting voor de kwaliteitsvollere maatpakken. Zodra je in het parlement zit, reizen we voor het echte werk naar Saville Row, het tailoringdistrict van Londen. The place to be voor heren met klasse.”
Emiel vindt het allemaal erg overdreven, maar kan niet ontkennen dat het dragen van zijn nieuwe outfit toch iets met hem doet. Het voelt aangenaam, maar er is meer. Hij merkt dat de mensen anders naar hem kijken. Hij maakt een betere indruk... en gaat zich onbewust overeenkomstig gedragen.

 

  1. Newspeak

“Politiek is een wereld van taal en beeldvorming. Wie de taal bezit, bezit de macht.”
Emiel rolt met zijn ogen. “Dat zeg je elke keer.”
“En toch vergeet je het elke keer. Taal is geen gereedschap. Het is een filter. Wat je zegt, de framing, bepaalt wat anderen zien.”
“Of wat ze niet zien,” mompelt Emiel.
“Precies.” Ze leunt achterover. “Stel: een bedrijf ontslaat tweehonderd mensen. Hoe noem je dat?”
“Gewoon. Massaal ontslag. Om meer winst te maken.”
“Gewoon?”
Emiel aarzelt. “Ja… dat is toch wat het is?”
“Ja, dat is één manier om het te zeggen. Maar nu wil ik dat je het zegt zoals zij het zouden doen.”
“Zij?”
“Bedrijven. Ministers. Woordvoerders. Mensen die nooit liegen, maar zelden de waarheid zeggen.”
Emiel zucht. “Oké. Ontslag wordt… herstructurering?”
“Goed. En ‘winst beschermen’?”
“Euh… budgettaire discipline?”
“Je leert snel,” zegt Mai.
Ze schuift een blad papier naar hem toe. Bovenaan staat: Demona NV.  “Lees.”
Emiel leest hardop: “Demona schrapt 200 banen om de aandeelhouders tevreden te houden.” Hij kijkt op. “Dat is heel direct.”
“Te direct. Herschrijf het.”
Hij buigt zich over het papier. Na een minuut schuift hij het blad terug. Mai leest in stilte. “Demona NV voert een herstructurering door met het oog op de toekomstbestendigheid. In het kader van budgettaire discipline wordt een aantal kwetsbare functies heroverwogen. Demona investeert tegelijkertijd in begeleiding naar ander werk.”
Mai kijkt op. “Zo klinkt het onvermijdelijk,” zegt ze. “Alsof het altijd zo moest zijn. Je hebt niets veranderd aan de feiten. Alleen aan het kader.”
Emiel staart opnieuw naar de zinnen. “En dat is voldoende?” vraagt hij.
“Dat is alles.” Mai buigt zich iets naar voren om het hem nog dieper in te prenten. “Wie de woorden kiest, kiest de werkelijkheid.”
Hij knikt langzaam. Hij neemt het blad weer op, leest zijn eigen zinnen opnieuw. Hij proeft ze. Elk woord lijkt op zijn plaats te vallen, alsof het er altijd al zo had moeten staan. “Je kunt hier… alles mee,” zegt hij uiteindelijk.

Mai antwoordt niet. Ze kijkt hem enkel doordringend aan. Zag hij nu de kleur van haar ogen veranderen, van bruin naar zwart, of beeldde hij zich dat in?
Emiel legt het papier neer, maar de zinnen blijven hangen. Niet wat ze zeggen, maar wat ze doen.

 

  1. Startschot

"Dames en heren,

U zoekt geen rechtse kerk. U zoekt geen linkse revolutie. U zoekt iets dat werkt.

Laat me duidelijk zijn: de huidige partijen presteren niet. Links heeft in ons land al sinds 1989 geen echte macht meer gehad. Rechts is decennia lang aan het beleid geweest. En wat is het saldo? Rechts verkoopt u 'vrijheid' maar schaft stiekem de samenleving af. Daar zijn ze nu mee bezig. De mens wordt gereduceerd tot een flexibel radertje. Werken dient niet meer voor uw welzijn, maar alleen voor andermans winst.

En daartegenover stellen wij iets anders. Wij zijn geen links, wij zijn geen rechts. Wij zijn democratisch. Maar wat betekent dat woord nu nog: ‘democratisch’? Geen ideologische slogans. Geen verdeel-en-heers. Wij gaan voor drie dingen:

  1. De erfenis van de Verlichting verdedigen: echte vrijheden, niet de neoliberale karikatuur van vandaag.
  2. Een échte samenleving die bloeit en groeit: waar menselijke waardigheid, ontplooiing en sociale zekerheid tellen.
  3. Een verstandig klimaatbeleid: niet als linkse hobby, niet als cash cow voor sluwe geldwolven, maar omdat het gezond verstand zegt dat een gezonde leefomgeving de basis is van elke gemeenschap. Wie de aarde vernielt, vernielt de vrijheid van onze volgende generaties.

Dames en heren, ik vraag u niet te investeren in extremen. Ik vraag u te investeren in de heruitvinding van de democratie zelf. We moeten van hoop naar actie. Meer is nodig. Minder volstaat niet.
Met jullie steun kan ik dat realiseren. De toekomst ligt in onze handen. Laten we er samen werk van maken.
Dank u.”

Emiel voelt zich in zijn nopjes met het applaus dat hem te beurt valt na zijn eerste speech. In de meetingroom van het Dominican Hotel in Brussel zitten veertig bijzondere luisteraars, persoonlijk gecontacteerd door Mai. Deze selecte groep zal bepalen of Emiel zwaar genoeg weegt om een betekenisvolle rol te gaan spelen in de Belgische politiek. Hij heeft de eerste test met glans doorstaan. Op de aansluitende receptie zullen de sugar daddies, na een privéonderonsje met de spreker, beslissen met welk budget hij het strijdperk mag betreden.

Mai houdt het gebeuren scherp in de gaten. Ieder die net een een-op-een met Emiel heeft gehad, wordt door haar gemonsterd. Ze wil zich verzekeren van de steun van de betrokkene, desnoods met nog een quid pro quo als ‘aanmoediging’.

Wanneer iedereen is vertrokken en blijkt dat ze zonder uitzondering allemaal hebben toegezegd, ploft Emiel opgelucht in een zetel. Hij is euforisch, in stemming zelfs om nu een feestje te bouwen.
Mai kijkt streng op hem neer en zegt: “Een heer die gaat zitten, laat zich niet vallen. Het resultaat van vandaag mag dan wel positief zijn, maar die speech kan beter. Morgen wil ik een verbeterde versie zien. Nu zijn we toe aan hoognodige nachtrust.”

 

  1. Promotour

Backstage kijkt Mai op de klok van studio-4: twee voor acht. Zodadelijk begint het tv-debat. Tot drie keer toe hebben ze het draaiboek overlopen. De enige onvoorspelbare factor is Emiel.

Mai heeft als gladde communicatiestrateeg van de nieuwe partij ARS – Alternatief voor een Rechtvaardiger Samenleving – een marathon van optredens uitgestippeld voor de rijzende politieke ster Emiel François Gerwen, door de pers intussen steevast EFG genoemd. Rallies, debatten en pop-up meet & greets volgen elkaar in hoog tempo op. Ze heeft alles onder controle, alleen haar kersverse politicus vergeet soms dat hij een ‘contract’ heeft na te komen.

Na de microfooncheck zegt de regisseur: “We gaan.” Emiel loopt het licht in, de presentator en de concurrenten tegemoet. En meteen verandert hij. 
Geen opgefokt tempo, geen agressieve salvo's. Een bedachtzame stijl met denkpauzes. Waar de anderen luidruchtig punten proberen te scoren, komt hij over als iemand die luistert, competent is en de problemen kan oplossen. Het resulteert in geloofwaardigheid.

Dan zegt hij: “Laten we eerlijk zijn: het kapitalisme is niet gewoon ‘ontregeld’, alsof je het met een paar pleisters weer recht krijgt. Het is een machtsmachine die precies werkt zoals ze bedoeld is. Armoede, precariteit, autoritarisme, dat zijn geen fouten in het systeem, maar de logische uitkomst van de rijkdom die zich ophoopt bovenaan. Bezuinigingen zijn geen ongeluk, maar een vorm van uitbuiting. Hervormingen blijven half werk zolang de winstlogica de regels bepaalt. En terwijl iedereen op de politiek wacht," hij pauzeert en kijkt strak in de cameralens, "blijft de financiële sector gewoon buiten schot.”

Mai ijsbeert gestresseerd tussen de coulissen. Hoe meer Emiel afwijkt van het script, hoe feller haar hart tekeergaat. Ze wil hem gebaren, maar hij ziet haar niet staan. Haar kaak spant zich. Ze bijt ongewild op de binnenkant van haar wang. De smaak van ijzer. Ze dwingt haar gespannen schouders omlaag en tracht rustiger te ademen. Aan zijn houding ziet ze echter dat hij nog niet klaar is…

“Daarom moeten we verder gaan dan bijsturen. We moeten de winstlogica vervangen door een behoeftelogica. Produceren wat mensen echt nodig hebben - voeding, huisvesting, gezondheid, onderwijs, ecologische transitie - niet wat het meeste opbrengt. Democratische planning. Geen marktconcurrentie. En arbeid zo organiseren dat ze mensen helpt om te groeien en de gemeenschap dient, in plaats van een werklozenleger te creëren.”
Applaus in de studio.

Mai's telefoon trilt. Ze kijkt naar het scherm: donor De Wit. Ze neemt niet op. Gezoem. Een bericht van donor Crucke: ‘Dit is niet volgens afspraak!’
Het ongenoegen van de geldschieters over Emiels uitspraken is slechts pro forma. Ze weten: die mooie beloften van de kandidaat aan de kiezers komen toch nooit in een regeerakkoord.

Het debat loopt op zijn einde. EFG komt als laatste aan de beurt voor een slotbedenking: “Als we de economie echt willen veranderen, moeten we het zelf doen. Met ARS in de regering zullen we de greep van het kapitaal terugdringen. Dat is geen utopie, maar een politiek project dat werk vraagt. Lastig werk, ja, zeker. Maar misschien begint de weg naar een economie die voor iedereen werkt precies hier, met een stem voor ARS.”

 

  1. Aardverschuiving

“Ik zweer trouw aan de Koning, aan de Grondwet en aan de wetten van het Belgische volk. Ik beloof mijn ambt getrouw te vervullen.” Na het onderzoek van de geloofsbrieven en het geldig verklaren van de verkiezingen, mag ook Emiel de eed afleggen als nieuw Kamerlid.

Het onverwacht schitterende resultaat van ARS, liefst 22 zetels!, maakt dat EFG als partijvoorzitter ten paleize wordt uitgenodigd. Na afloop staat Mai hem ongeduldig op te wachten: “En wat heeft de koning gezegd?”
“Het spijt me, Mai,” antwoordt Emiel plagerig, “het colloque singulier bepaalt dat wat tijdens een audiëntie bij de koning wordt gezegd, strikt geheim moet blijven.”

Mai beheerst zich. In de laatste rechte lijn naar de finish wil ze vooral geen wrijving met Emiel.
“Oké,” lacht hij, “als je belooft te zwijgen, zal ik de Kroon ontbloten. Zijne Majesteit zei dat ik de bevolking wel heel veel toezeggingen heb gedaan, maar dat ik door het afleggen van de eed mij verplicht tot de Grondwet, niet tot die campagnebeloften; en dat hij rekent op mijn staatsmanschap. Je kan je nu afvragen waarom dat meer dan een halfuur duurde: omdat de gangen in het paleis eindeloos lang zijn en het koninklijk bureau helemaal aan de andere kant ligt. Voilà, nu weet je echt alles.”

Mai vindt hem niet grappig, maar ze is tevreden te horen dat de boodschap van hogerhand duidelijk bij Emiel is binnengekomen. Nu duimen dat hij zich aan de spelregels zal houden.

 

Een week later komt de klap hard aan. EFG kijkt de tafel rond: “Dit kun je niet menen, Gérard. C’est pas sérieux ça! Jean-Luc? Herbert? We zijn toch al flink gevorderd met de onderhandelingsnota. Het is een dynamisch document, een basis voor verdere, inhoudelijke discussie. Hoezo, we trekken de stekker eruit? Wat is hier eigenlijk gaande, zeg?”
Formateur Gérard de Villers schraapt zijn keel en haalt zijn beste Vlaams boven: “Mon cher Emile, ik stel vast dat euh… mijn opdrakt niet leidt tot een breed kedraken akkoord. Daarom zal ik deze namiddak de opdrakt teruk keven aan zijne Majesteit de Konink, zodat hij een nieuwe wek kan verkennen.”
Emiel wint zich op over het gebeuren: “Dit is hypocriet poppenspel! De onderhandelingen zitten níet in het slop. Nú een nieuwe piste gaan zoeken is onverantwoord tijdverlies. Jullie vergeten dat ARS de verkiezingen gewonnen heeft en de op een na grootste partij van het land is. Hoeveel dwergpartijtjes ga je moeten ronselen om aan een min of meer stabiele meerderheid te geraken?”
De ene onderhandelaar staart in zijn lege glas, de ander doet of hij een antwoord in zijn nota’s zoekt, maar reacties blijven uit.

Emiel beseft dat hij erin geluisd is, dat hij zich heeft laten gebruiken en dat deze onderhandelingsronde enkel voor de schone schijn was. Hij staat op, schuift zijn stoel ordelijk onder de tafel, zoals zijn mama het hem ooit leerde, en vertrekt.

In de stille gangen van het Egmontgebouw wordt het hem helemaal helder. Het succes van ARS - dat verwonderlijk van alle kanten werd toegejuicht - heeft verhinderd dat extreme partijen de macht zouden kunnen grijpen. De aaibare en geloofwaardige EFG was de gedroomde bliksemafleider.

Hij verlaat het statige gebouw met opgeheven hoofd… maar met een kuil in zijn hart.

 

  1. Saldo

Mai opent de deur en kijkt hem glimlachend aan. Haar zwarte satijnen ochtendjas valt een beetje open en toont hem een glimp van haar ‘secret garden’. Met omfloerste stem zegt ze zacht: “Ik zat op je te wachten. Om onze ongelukkige held te troosten.”
Stotterend en struikelend over zijn woorden vraagt Emiel streng waarom hij zo dringend moest komen.

Mai trekt hem naar binnen en sluit de deur. “Goede samenwerking, Emiel, vraagt regelmatig overleg. We hebben tijdens de campagne nogal wat meningsverschillen en disputen gehad en dat heeft de sfeer tussen ons helaas een beetje verpest. Laten we in der minne tot een verzoening komen...”
Ze heeft haar armen om zijn hals gelegd en doet een poging om hem te zoenen.
Emiel duwt haar fors van zich af. Hij laadt zich op, kijkt haar taxerend aan en sneert: “Jij bent een vals serpent. Je hebt me verraden.”

“Maar lieve jongen, ik heb jou helemaal niet verraden. Wij hadden een zakelijke overeenkomst. Dat weet je toch nog? En ik ben die netjes nagekomen. Jij wou aan politiek doen, op het hoogste level; ik en mijn vrienden hebben dat voor jou mogelijk gemaakt. Vandaag is het ‘Einde Contract’: de return is nu verschuldigd. De termijn is verstreken. En jij bent aan de beurt.”

De dreiging stuurt een koude rilling over Emiels rug. “Ik weet niet wat je bedoelt,” zegt hij ongerust.
“Jij kreeg wat je vroeg. Nu geef je mij wat je verschuldigd bent.”
“Bedoel je mijn…”
Mai lacht: “Noem het hoe je wil. Vanavond wordt het uit je gehaald.”

Emiel schiet naar de deur, rukt die open en gaat er als de bliksem vandoor. In de verte meent hij te horen schaterlachen…

 

  1. Revalidatie

Door de verlaten straten zoekt een zielige figuur naar een beschut plekje in een portiek voor de nacht. Hij zwerft al drie dagen van hot naar her. Getraumatiseerd door de vloek durft hij niet terug te gaan naar zijn studio. Emiel stelt vast dat Mai haar dreigement heeft waargemaakt: in de weerspiegeling van de etalages ziet hij zichzelf niet meer staan... Hij is nog slechts een dolende geest.

“Goedemorgen. Koffietje? Zo te zien zal dat je deugd doen.”
Vlak voor zijn neus ziet Emiel een hand met een bekertje dampende koffie. Hij beweegt zijn stramme ledematen, zet zich wat rechter en neemt de welkome traktatie aan. “Dank je,” prevelt hij.

Een vrolijke krullenbol zet zich naast hem op zijn kartonnen matras en nipt even van haar eigen koffie. Ze kijkt naar zijn verkreukelde kostuum en zijn besmeurde gezicht en zegt half brutaal, half geamuseerd: “Laat me raden: óf je vrouw heeft je eruit gegooid, óf je baas heeft je aan de deur gezet. En anders heb je vannacht alles vergokt. Zit ik juist?”

Emiel neemt nog een flinke slok en antwoordt: “Fout. Helemaal fout. Ik sloot een pact met de duivel. Met de duivelin, eigenlijk. Vonken en solferstank gegarandeerd. Dankzij haar kreeg ik alles voor elkaar, en dan plotseling, bijna van het ene moment op het andere, alles weer weg. Ik heb niets meer. Ik bén niets meer. Zelfs mijn ziel heeft ze me afgenomen.”
“Ik begrijp er niets van. Slik of spuit je iets?”
“De kleine lettertjes. Ik had niet naar de kleine lettertjes gekeken. Mag ik jou een verontrustende vraag stellen? Maak ik nog deel uit van de materiële wereld? Besta ik nog wel? Of ben ik weggelekt, of verdampt?”

De jongedame observeert Emiel een stuk ernstiger nu. Is hij zo stoned of in diepe rouw? Angstig of depressief?
“Man, ik weet niet wat jij hebt meegemaakt, maar laat het los. Je bestaat. Hier in levende lijve zit jij, vuil maar helemaal intact, naast mij. Trouwens, je ziel kan niemand je afpakken; het is niet iets wat je hebt, maar wat je bént. Misschien weet je nu niet hoe je leven er over een jaar uitziet, maar niemand weet dat. Het belangrijkste is hoop: de overtuiging dat iets zin heeft, hoe het ook afloopt. En als optimist weet ik: het komt goed. Maar beginnen doen we met een koffie. Schol!”

“Schol,” antwoordt Emiel en hij denkt: als ik in het bestaan van een duivelin geloof, dan moet ik de tussenkomst van een engel ook accepteren. “Bedankt voor de koffie en nog meer voor de verandering van perspectief. Je hebt me wakker geschud. Letterlijk en figuurlijk. Je hebt me bevrijd van een onredelijke angst voor het malheur. Vluchten hoef ik niet meer. Merci.”

“Weet je, soms moet je een lange weg gaan om jezelf te vinden. Soms moet je je weg verliezen om te begrijpen wat waardevol is. En soms is het genoeg om niet op te geven. By the way, mijn naam is Vanessa.”

“Emiel. Aangenaam.”

 

EINDE

René Jochems, Kontich, 28 mei 2026.