De zaak P_

   

    

EEN


Moya ziet hem vertrekken. Hij probeerde het haar nog uit te leggen, maar haar trots stond dat niet toe. Nu ze van gedachten verandert en naar het raam loopt, rijdt Lennard al weg.
Moya ploft neer op de bank. Haar hart klopt te snel. De leegte die na zijn vertrek in de kamer valt, voelt vreemd, wrang. Alsof de lucht nog nasiddert. Opgelucht of bang — ze weet het niet meer. Beide voelen even leeg. Ze weet niet wat er komen gaat, of wanneer, of hoe. En juist dat niet-weten irriteert haar.


Waarom moet dit nu net háár overkomen, van alle mensen op de wereld? Maar nee, zo is het natuurlijk niet: ontelbare getrouwde mensen worden bedrogen. Feiten, gevoelens en meningen razen door haar hoofd. Opinies en oordelen leveren strijd met de rede. Van alle idiote dingen die mensen zeggen om het huwelijk te verdedigen – dat het je behoedt voor eenzaamheid, bijvoorbeeld – vindt ze dat wel het waanzinnigst. Alsof samenleven in constante spanning minder erg is dan rustig alleen te zijn.
Wat haar verbaast, is dat ze nog steeds gelooft dat Lennard eigenlijk een fijn mens is. Ooit zijn ze verliefd geweest, hij op haar en zij op hem. Hij is vriendelijk, hij is gedreven en een kei in zijn job. Hij coacht bij het jeugdvoetbal en onthoudt zelfs de namen van de kinderen. Hij wil vader worden, herhaalt hij te pas en te onpas. Maar zijn huwelijk komt wel altijd op de laatste plaats.


Ze kan zich niet herinneren wanneer het voor het eerst gebeurde – dat gevoel van angst en verdriet toen ze zich realiseerde dat Lennard vreemdging, vreemdgaat. Eén op vier doet het - had ze ergens gelezen. Was hij bang geweest om achter te blijven? De vlucht vooruit.
Moya, nog steeds niet bekomen van haar ongewoon kordate aanpak, legt haar herinneringen nog een keer in de weegschaal om zich te overtuigen van haar gelijk. Het begon ergens in de herfst met steeds later thuiskomen van het voetbal. Terwijl zij zat te wachten met het eten. En stilaan moest hij vaker overwerken, niet een paar uurtjes, maar soms tot in de vroege uurtjes. Terwijl zij, wakker en doodongerust, lag te wachten. Het onbekende vleugje parfum dat ze meende te ruiken in zijn kleren bij het verzamelen van de was, versterkte haar vermoedens. De bom barstte dit weekend. Lennard was met Wim naar Nederland, gaan zeilen op het Veerse Meer… maar Wim liep doodgemoedereerd achter een winkelkar in de supermarkt en had geen idee waarover Moya het had: hij had in zijn leven nog nooit gezeild.
Toen Lennard thuiskwam, moe maar duidelijk voldaan van het ‘sporten’, stonden twee volgepakte valiezen reeds klaar: hij mocht zelf kiezen of hij op hotel ging, of terugkeerde bij zijn papa en mama…


Na enkele uren wordt ze rustig. Pijnlijk rustig. Geen bericht. Geen telefoon. Geen dramatische smeekbede om vergeving die Moya – gek genoeg – zowel vreest als verwacht.
Haar vinger zweeft boven het scherm, de tikkende zenuw van een controlefreak. Verversen. Niets. Weer verversen. Nog steeds niets.
En in die leegte sijpelt de twijfel binnen, eerst als een klein lek, daarna als een vloedgolf. Is ze te voortvarend geweest? Te onverbiddelijk? Misschien had ze eerst moeten luisteren, ook al zouden zijn woorden haar als vals in de oren geklonken hebben.
Ze begint in haar hoofd scenario’s te herschrijven waarin ze milder is, minder koud, minder... Moya. De stilte dwingt haar in te zien dat twijfelzucht niet noodzakelijk een gebrek aan bewijs is, maar een wanhopig verlangen naar de verdoving van het normale. En wanneer het normale niet meteen weerkeert, blijft ze zitten met een ongemakkelijke, veelvoudige vraag: waarom?
Waarom ging het mis in hun huwelijk, nog voor ze hun vijfjarig jubileum konden vieren? Het ‘houten huwelijk’ wordt verondersteld een mijlpaal te zijn, gesymboliseerd door materiaal dat staat voor duurzaamheid en groei. Maar hun geknakte zaailing zal nooit een boom worden.

 

TWEE


Het B&B Hotel is nog vrij nieuw. Het oogt sober, te sober. Niet echt zijn stijl, maar soit. Het is al duur genoeg: zevenhonderd euro voor een week. Hij hoopt voordien uitsluitsel te krijgen over zijn toekomst. Of hij wel of niet terug mag of moet naar vrouw en huis.
Achter de wolken schijnt de zon, denkt Lennard. Want, kijk eens aan, hij heeft hier niet te klagen: een groot bed om te slapen, een bureau en wifi om te werken, een douche voor de hygiëne, en een televisie voor wat gezelschap. Al wat een dakloze kerel zich dromen kan.
Uitgestrekt op het bed, met zijn kleren nog aan, staart hij naar het canvas van het plafond, waar de film van zijn voorbije weekend voorbijflitst. Het saaie ritje naar Eindhoven, de rustige Ryanair-vlucht naar Dublin, de toenemende spanning in de shuttle naar het stadscentrum, en dan de overweldigende aanblik van dat Clontarf Castle Hotel. Een imposant middeleeuws aandoend kasteel, compleet met torentjes en kantelen, bleek de plaats van afspraak voor een contrasterende tweedaagse assessment voor een hoogtechnologische job bij een eenentwintigste-eeuws bedrijf. In het eclectische interieur met een mix van historische elementen en hedendaagse luxe stond hij met een tiental kandidaten te wachten op hun contactpersoon, ene Randal Knightsbrook.


Een strengogende blondine in een zwart broekpak en met een oversized, zwart brilmontuur nam de groep mee naar een conferentieruimte. In afwachting van de toewijzing van de kamers moest iedereen een geheimhoudingsovereenkomst ondertekenen. Het strenge Non-Disclosure Agreement voorkomt lekken met gevoelige informatie over bedrijf, werkmethoden, klanten of toekomstige plannen. Een van de kandidaten - een lange blonde man, Nederlander of Scandinaviër misschien - wilde extra toelichting bij een obscure passage. Het antwoord luidde dat hij de keuze had: ondertekenen of vertrekken. Hij tekende.
Vervolgens kregen alle deelnemers een badge. Lennard herinnert zich zijn verbazing dat de foto die erop stond enkele minuten voordien bij het binnenkomen ongemerkt genomen bleek te zijn. Verder enkel een volgnummer. Geen naam. Geen land van herkomst. Wel een chip, digitale sleutel tot de individuele kamer waar ze even hun bagage mochten gaan deponeren.
Randal Knightsbrook was een norse man: een warm welkom leek hem overbodig. In de plaats kregen ze een waarschuwing om niet met elkaar te praten en de voorziene testen uit te voeren alsof hun leven ervan afhing. Erop terugblikkend krijgt Lennard het ongemakkelijke gevoel dat Knightsbrook dat laatste ook meende.
Hij staat op, plenst in de badkamer wat koud water op zijn gezicht, en gaat de deur uit, op zoek naar iets om te eten.

 

DRIE


In haar verlangen naar troost belt Moya naar Kelly. Haar jeugdvriendin, die jammer genoeg naar het buitenland is verhuisd, maar die nog steeds haar steun en toeverlaat is.
“What’s up, girl?” spat het Amerikaanse enthousiasme ervan af.
Nog voor ze een woord gezegd krijgt, barst Moya in snikken uit.
“Whoaw, is het zo erg? Genoeg drinken, meisje, ik hoor je zo uitdrogen.”
Tussen de snikken door klinkt het uiteindelijk: “Ik… heb… Lennard… aan de deur… gezet!”


Kelly had het al lang zien aankomen: de klachten van haar vriendin over de uithuizige echtgenoot lieten al vermoeden dat er een drama op komst was. Kon ze bij het vorige telefoontje de situatie nog afdoen met een grapje, nu is het tijd voor oprecht medelijden en een pep-talk. Ze praten over de situatie en analyseren eindeloos elk woord, elk gebaar, elke nuance en overwegen alle mogelijke betekenissen.
“Okay sweety, you’re a complete mess, helemaal mesjogge. Die Lenny van jou was op school al een nerd, de wiskundige bolleboos van de klas. Dat jij ook aan zo’n nice guy moest blijven plakken, in plaats van aan een uitwisselingsstudent, zo’n good-looking loser zoals ik getroffen heb. Bon, het is al een geluk dat je nog kinderloos bent, my dear, dat is beter voor je marktwaarde. Maar eerst nog de divorce: dat wordt even op de tanden bijten, hoor. Een goede raad: be the bitch! Morgen direct een topadvocaat onder de arm nemen en de citroen tot de laatste druppel uitpersen. Je laat je ex enkel nog de onderbroek en de sokken die hij aanheeft.”
Wanneer Moya er eindelijk een speld tussen krijgt: “Maar Kelly, misschien ben ik fout. Misschien is er geen sprake van overspel. Ik had hem de kans moeten geven om iets te zeggen, toch?”
“Are you kidding me? No way, baby. Dat soort mannen heeft altijd een smoes achter de hand. Voor je het weet vertelt hij dat hij een zware IT-klus moest opknappen voor een top-secret opdrachtgever. Stop met jezelf te vernederen. Be for once the die-hard die bereid is om de moeilijke keuze te maken. Okay honey, maar nu moet ik terug aan mijn kookpotten: John komt zo dadelijk van zijn BS-job thuis, en dan wil die zijn eten op tafel hebben staan. O, wat ben ik jaloers op jou: binnenkort ben jij vrij, een vrolijke vlinder fladderend van de ene bloem naar de andere. Take care! Bye Moya, dikke kus!”


Moya blijft verweesd achter, nog meer in de war dan voor het telefoontje. Ze weet niet wat te denken. Staat ze recht in haar schoenen of dikte ze de situatie aan? Ze kan niet om de feiten heen: hij is vaak weg, zij eet meer alleen dan samen, er is al lang geen fysieke intimiteit meer, eigenlijk doen ze zelden of nooit nog iets samen, laat staan dat ze delen wat ze denken…
Ze zit op de rand van haar bed en staart naar de koud geworden kop thee tussen haar handpalmen. Ze proeft nog even, maar zet de tas aan de kant. Haar lichaam voelt uitgeput, spanning in nek en schouders, vermoeidheid in haar hoofd, achter haar ogen. De Lennard van vijf jaar geleden zou haar nu in de watten leggen, de stramheid wegmasseren…
Geheel gekleed valt Moya in een diepe slaap.

 

VIER


Lennard kan de slaap niet vatten. Zijn gedachten koppelen nog steeds terug naar Dublin. Het assessment duurde precies achtentwintig uur. Dag één begon met een vragenlijst van 337 items om de persoonlijkheid te bepalen. Sommige vragen leken eerder valstrikken en deden hem twijfelen tussen ‘het juiste’ antwoord en wat hij écht voelde. Het werd gevolgd door een programmeeropdracht in Python waarbij de compiler elke toetsaanslag registreerde: men was klaarblijkelijk meer geïnteresseerd in hoe hij dacht dan in zijn eindoplossing.
Na de middag was er een groepsdiscussie rond een ethisch dilemma over datalekken. Het debat was fel en ging alle kanten op. Lennard weet nog dat hij bij een van de kandidaten sterk het gevoel kreeg dat het een mol was, die in opdracht van het bedrijf het dispuut op de spits dreef. Aan het einde van de middag volgde een individuele nabespreking met een charismatische manager over motivatie, engagement, loyaliteit en integriteit. Glad ijs!

Bij het herbeleven van dat weekend besluipt hem het nare gevoel dat zij niet als sollicitanten werden behandeld, maar eerder als proefkonijnen in een lab. De avondsessie – die doorging tot de kandidaat de opdracht succesvol kon afronden of het doodmoe opgaf – betrof penetratietesten op een onbekend netwerk. Maar was dat wel een simulatie, of was het realiteit? Lennard voelt koud zweet als hij bedenkt misschien een échte hack te hebben uitgevoerd.

Na een erg korte nacht volgde dag twee met een onverwachte code review, waarvan de opdracht halverwege wijzigde, en tenslotte een afsluitend psychologisch onderzoek waarin eindeloos zijn reacties op stressvolle scenario's werden gemeten. In de late namiddag klonken de verlossende woorden: “We laten je nog iets weten.” Waarna hij in een taxi werd gezet richting luchthaven.

 

Hij heeft geen idee of het goed of slecht gegaan was. Zou het kunnen dat hij de enige was die in alle opdrachten slaagde? Of was hij misschien de enige die naar huis moest, voordat de proclamatie van de resultaten werd gehouden met enkel de geslaagden?
Lennard probeert zijn onzekerheid de baas te blijven. Het was een interessante ervaring en hij heeft genoten van de technische uitdagingen. Het zou wel een eer zijn mocht hij bij zo’n topbedrijf als P_ (*) aan de slag kunnen. Afwachten maar.

(* Het bedrijf wordt hier aangeduid als P_ wegens geldende geheimhoudingsclausules en mogelijke juridische consequenties bij openbaarmaking van de volledige naam.)

 

VIJF


Moya wordt wakker met een kater. Ze voelt zich miserabel. Ze probeert de regie terug in handen te krijgen en zet alles even op een rijtje. Het huwelijk staat on hold: nog even zo houden tot ze helder weet wat ze wil. Haar werk als freelance illustrator is haar anker, de plek waar ze zichzelf kan zijn. Ze staat enkele dagen achter op de planning en moet dringend weer aan de slag. Ze weet dat als ze gefocust werkt, en in de vrijheid van haar opdrachten, ze de broodnodige rust en evenwicht zal terugvinden.

Na een verfrissende douche en een spiegeleitje met toast en koffie installeert ze zich aan haar tekentafel. Luttele minuten later is ze volledig in de ban van een verhaal uit de dierenwereld. Ze tekent en schildert vol vuur om de toekomstige lezertjes te overtuigen dat de dieren net zo verstandig kunnen handelen als mensen, en af en toe ook domme dingen kunnen doen. Zoals zij.

Gedachten aan Lennard leiden haar af van het illustreerwerk. Mannen en vrouwen hebben misschien wel dezelfde basisanatomie – nu ja, op enkele onderdelen na dan toch – maar qua denken en voelen zijn ze erg verschillend. Waarom belt hij niet? Omdat hij boos is en zich onterecht beschuldigd voelt? Of omdat hij nog niet klaar is om op te biechten en zich te verontschuldigen? Zou hij zich gevangen voelen in dit huwelijk? Kelly heeft gelijk, ik heb die slimme, bedeesde jongen ingepalmd en naar het altaar gesleept. Ze herinnert zich het begin, toen alles nog nieuw en spannend was. Met haar domme, romantische fantasieën heeft ze al die tijd niet gemerkt dat hun relatie gaandeweg een gouden kooi voor hem is geworden.


Opnieuw maken Moya’s gedachten haar overstuur. Kent ze haar man eigenlijk wel? Past ze wel bij hem? Hij wil kinderen, zij nog niet. Later misschien. Is het onrealistisch van haar om hem meer engagement te vragen, tegelijk met uitstel van zijn kinderwens? Hun mooiste jaren zijn verloren gegaan. Hij is gekwetst, hij voelt zich tekortgedaan, neemt het haar kwalijk en stort zich totaal op zijn werk. Net zoals zij ook altijd haar werk vooropstelt. Arme Lennard.

Het liefst zou ze hem direct willen bellen. Zich verontschuldigen voor haar misplaatste wantrouwen, voor haar egoïsme. Maar wat als… Wat als hij iemand beter heeft leren kennen? Wat als hij reeds een andere levensweg is ingeslagen?

Moya heeft dringend zuurstof nodig en goede moed om de eerste stap te durven zetten. Frisse buitenlucht zal haar deugd doen.

 

ZES


Lennard stuurt een bericht naar de personeelsdienst dat hij nog enkele compensatiedagen voor overwerk opneemt. Natuurlijk zou hij gewoon naar zijn werk kunnen gaan. Maar zich concentreren op die doordeweekse, digitale veiligheidsproblemen van klanten, daar is hij nu niet toe in staat. Trouwens, hij wil vrijuit kunnen praten wanneer hij een telefoontje uit Dublin ontvangt.

De radiostilte lijkt hem een psychologische tactiek om zijn verlangen te vergroten. Hoelang gaan ze hem expres laten zitten sudderen? Hij besluit om voorlopig niet meer te speculeren en zet zich met zijn laptop aan het tafeltje: niets kan een mens meer verstrooien dan lukraak surfen op het web…


Terwijl hij zit te grinniken om de grove grappen van stand-upcomedian Jimmy Carr, zoemt zijn telefoon. Het scherm licht op: Randal Knightsbrook!
Lennard zit op het puntje van zijn stoel. Hij is gespannen als een veer en luistert eerbiedig naar de diepe stem. De mededeling is kort en zakelijk: hij heeft prima gepresteerd op de assessment, de directie wil hem zo snel mogelijk in dienst nemen met een hoge verloning plus aandelenopties, maar de CEO wil nog één ding zien. Hij wil dat Lennard in het kader van antiterreuracties een data mining uitvoert op de defensienetwerken van vijf vreemde mogendheden, gevolgd door integriteitscheck en risicoanalyse. Ten overvloede voegt Knightsbrook er nog aan toe: “It’s obvious that you must carry out this job under the radar.”


Na het gesprek blijft Lennard nog even bewegingsloos voor zich uit staren. Hij peilt in gedachten de draagwijdte van de nieuwe opdracht. Dit is niet zomaar een test met nepgegevens. Men wil dat hij binnendringt in de netwerken van landsverdediging van niet-bevriende landen… euh, tot voor kort heette dat gewoon spionage! Wat als iemand zijn naam ooit vindt in die datalogs? Het dubieuze verzoek doet in zijn verbeelding een rode vlag heen en weer zwaaien.
“Under the radar” is makkelijk gesteld, maar wat als hem dat niet lukt? Welk risico loopt hij wanneer een van die targets in de mot krijgt dat hij hen bespioneert? De vraag stellen is ze meteen beantwoorden. Lennard probeert met zijn ademhaling de beklemming in zijn borst weer onder controle te krijgen.

Een piepje meldt de ontvangst van een e-mail: in gecodeerde vorm krijgt hij de nodige richtlijnen en links voor het opstarten van zijn taak. Bij het overlopen van de documenten merkt hij een lichte, toch opvallende vertraging van zijn computer. Verbinding en ontvangst zijn nog steeds optimaal, maar als een ervaren veiligheidsspecialist merkt hij onmiskenbaar dat zijn systeem plots in slow motion werkt. Het duurt niet lang of Lennard ontdekt dat Dublin meekijkt: via de opdracht heeft men spyware op zijn laptop gezet. Waarom? Knightsbrook en co weten dat hij geen amateur is en dit onmiddellijk doorheeft. Het is een zoveelste loyaliteitstest. De opdracht – een militaire operatie eigenlijk – openbaart hem het evil karakter van het bedrijf. Hun standpunt is wellicht: als hij geen morele bezwaren inroept en de klus koudweg uitvoert, dan heeft hij ook geen reden om te protesteren tegen het meekijken door de bazen.
Lennard klapt boos de laptop dicht. Bedenktijd heeft hij nodig. Waar ligt zijn eigen ethische grens? Wil hij echt samen met P_ die duistere kant op? Hij trekt zijn jas aan en vertrekt voor een stevige wandeling, hopend op klaarheid.

 

ZEVEN


Door welke lens kijk je naar het leven? Al wandelend tracht Moya inzicht te verkrijgen in de overlevingskansen van haar huwelijk. Iedereen draagt een bril die een perspectief geeft volgens zijn opvoeding en de cultuur waarin men is opgegroeid. Zij komt uit een artistieke familie; Lennard had een thuis van kruideniers. Haar ouders waren overdag thuis; ’s avonds en in het weekend waren ze onderweg om op te treden of les te geven. Zijn ouders stonden de hele dag in de winkel en zaten ’s avonds aan tafel de boekhouding bij te werken. Moya ging na school naar de tekenacademie, Lennard zat altijd op zijn kamertje te programmeren en apps te bouwen. Ze zucht en denkt: hoe hou je na de eerste periode van verliefdheid twee zo verschillende mensen samen in een harmonieuze relatie?


Inmiddels heeft ze het park bereikt en ze zet zich op een bank aan de vijver. Terwijl ze verder filosofeert, kijkt ze terloops naar de voorbijgangers. Een man met een hond, een kind met een step, een stokoud koppeltje dat enkel recht schijnt te blijven doordat ze wederzijds elkaar ondersteunen. Ziedaar het geheim, denkt Moya: niet proberen de ander te veranderen in jouw ideaal, maar de ander steunen bij het realiseren van diens noden en wensen. Aan de oudjes te zien, een proces dat decennialang oefening vraagt.

Ze kijkt het koppeltje nog lang na tot ze plotseling een bekend gezicht ziet verschijnen. Met zijn handen in zijn zakken en zijn blik gericht op de grond voor zijn voeten, komt Lennard aangeslenterd. Liefst zou Moya opspringen en hem rond de hals vliegen, maar ze durft niet. Hij zou zich rot schrikken, er boos om zijn. Het zou elke kans op een gesprek torpederen. Als hij ter hoogte van haar bank is, staat ze behoedzaam op en stapt in dezelfde kadans naast hem mee. Het duurt een tijdje eer hij doorheeft dat er iemand naast hem loopt, die zijn tred spiegelt en hem tussendoor begluurt. Met een schok herkent hij zijn echtgenote: “Moya!”

Met een vanzelfsprekendheid die ontroert, vallen ze elkaar in de armen. Sprakeloos blijven ze midden op het wandelpad staan, zich totaal niet bewust dat ze de passanten hinderen. Geen van beiden wil als eerste de innige omhelzing onderbreken. Wanneer een heer, geschoffeerd door het tedere vertoon, streng commentaar geeft, trekt Moya haar man discreet mee naar de dichtstbijzijnde zitbank.


De ontmoeting is voor beiden zo onverwacht, dat ze niet verder geraken dan een gesprek à la mime. Na het handen vasthouden, in de ogen kijken en glimlachen, beslissen ze om samen naar huis te gaan. Twee glazen en een fles lekkere Rioja, aangevuld met wat blokjes kaas, maakt een feestelijk avondmaal. Hun tot gewoonte geworden zwijgen breekt eindelijk open: harten worden wederzijds uitgestort, behoeften verwoord en dure beloften onder ede afgelegd. Ten slotte wordt het hernieuwde verbond bezegeld in een vurige versmelting.

 

ACHT


Deze ochtend heeft veel gemeen met het ontwaken na hun eerste huwelijksnacht, vijf jaar geleden. Ze krijgen niet genoeg van elkaar en hebben absoluut geen interesse in de rest van de wereld. Na veel getalm en getreuzel komt er tegen de middag schot in de zaak. Ze maken alvast plannen voor de namiddag, maar eerst moet Lennard naar het B&B Hotel om zijn spullen op te halen en zijn verblijf op te zeggen.


Wanneer hij zijn kamer binnenstapt, zitten er drie heren op hem te wachten. Een zit op de vensterbank, een op de bedrand, en de derde zit aan het bureautje bij de laptop. Die scrolt met volle aandacht door de documenten van P_, waarop de details van de extra opdracht staan. In Lennards hoofd is het kortsluiting. Stokstijf blijft hij in de deuropening staan, alsof hij twijfelt tussen wegrennen en kennismaken met de vreemde bezoekers.

De drie kijken hem nieuwsgierig aan, wisselen onderlinge blikken van verstandhouding en lachen de verstrooide slungel vierkant uit. “Komm doch rein, mein Freund. Komm und setz dich zu uns”, zegt de oudste die aan de laptop zit. Omdat Lennard niet beweegt, komt de man die op het bed zit naar Lennard, trekt hem de kamer in en sluit de deur. “You are just in time to provide us with some information about your work and your employer”, verklaart de vensterbankzitter, “You see, we're very curious to find out why you need to hack into our military databases.”
Bibberend en bevend poogt Lennard iets onder woorden te brengen; zijn zenuwen en een droge mond werken dat tegen. “Nou, als het niet lukt in het Engels of het Duits, mag het ook in het Nederlands, hoor”, voegt de man bij de deur er grinnikend aan toe. “Euh, ik kwam alleen maar mijn computer halen om hen te laten weten dat ik die opdracht niet wil uitvoeren”, zegt Lennard. “Ik had gesolliciteerd voor een baan, maar wist niet dat ze zich met dergelijke zaken bezighouden. Ik ben geen hacker! Ik ben een beveiliger van netwerken en systemen. Ik heb hier helemaal niets mee te maken.”
“That's a pathetic excuse from a coward.” “Du kommst schnell mit besseren Informationen, junger Mann, sonst wird das nicht dein angenehmster Tag.”
“Zo, Lennard, moet ik dat nog vertalen voor je, of heb je mijn collega’s begrepen?”

Verwilderd kijkt hij van de ene dreigende kop naar de andere. “Ik was afgelopen weekend in Dublin, in het Clontarf Castle Hotel, en ik heb daar euh, ik heb daar voor P_ een reeks proeven afgelegd. En gisteren kreeg ik bericht van Randal Knightsbrook dat ze mij de baan willen geven, mits ik die extra opdracht nog uitvoer, maar dat wil ik helemaal niet! Ik hoef die baan niet. Ik ben een vredelievend mens. Geloof mij: ik heb helemaal niets tegen jullie landen. Ik wil hier absoluut niets mee te maken hebben.”
De man op de vensterbank steekt een sigaret op en zegt: “Oh dear, we're not getting anywhere like this. You'll have to offer us some more bacon and eggs, my friend.” Lennard kijkt hem niet-begrijpend aan: “Bacon and eggs?”
De drie schateren het uit, hard en kil.


Op dat moment vliegt de deur open: een rookbom ontneemt onmiddellijk alle zicht in de kamer en kogels fluiten van links naar rechts… Minder dan een minuut duurt de helse scène; dan wordt het stil, op wat gekreun en een doodsrochel na.
Langzaam trekt de rook weg. Heel voorzichtig en lijkbleek komt het hoofd van Lennard van onder het bed vandaan. De rest van zijn lijf volgt, eveneens ongeschonden. Hij kruipt recht en staat oog in oog met Randal Knightsbrook, die hem misprijzend aanspreekt: “Young man, you are clearly not the employee we are looking for. We can forgive you for that indiscretion once, but not twice. We have no use for rag-and-bone men of your calibre. Go back to your mommy.” Hij trekt zijn neus op alsof hij iets weerzinwekkends ziet, draait zich om, grijpt de laptop en stevent de kamer uit. Zijn gewapende jongens in battledress volgen hem op de voet.

Lennard blijft achter in de verwoeste kamer met drie lijken. Pas nu merkt hij dat hij in zijn broek heeft geplast.

 

EPILOOG


Moya zet een zelfgebakken taart met zes kaarsjes op tafel. “Gelukkige verjaardag, lieveling”, zegt ze tegen Lennard, die prompt antwoordt met: “Gelukkige verjaardag, liefste.” Op zijn schoot zit de kleine Pipa, die gefascineerd naar de dansende vlammetjes kijkt. Zes jaar getrouwd en gelukkiger dan ooit.

Een jaar geleden is Lennard er nog net met de schrik vanaf gekomen, maar het sollicitatieavontuur met P_ heeft van hem een ander mens gemaakt. Vandaag heeft hij niets meer met computers of netwerken te maken. Elke ochtend rijdt hij met zijn bestelwagen langs de boeren in de regio om zijn bestellingen op te halen. Vanaf twee uur opent hij zijn groentewinkeltje op de gelijkvloerse verdieping van hun huis. Dankzij de kwaliteit en de korte keten heeft hij een trouwe clientèle, wat voor een vrij stabiel inkomen zorgt. Boven werkt zijn vrouw, die allerlei creaties maakt voor verschillende uitgeverijen, met vlak naast haar hun drie maanden oude dochter, die druk oefent om in buiklig haar hoofdje op te tillen om de nabije omgeving te verkennen.

’s Avonds schept hij er genoegen in om in gewone kasboeken, zoals hij van zijn ouders leerde, de boekhouding te voeren. Geen scherm komt er aan te pas, tot wanhoop van zijn boekhouder, die online de btw-aangifte maar moet zien te klaren.

Lennard heeft de kunst begrepen om te genieten van een “gewoon leven”, zonder het gevoel te hebben dat hij heeft gefaald. Hij vindt voldoening in de dagelijkse handelingen en in de tevredenheid van zijn klanten. Hij en Moya voelen zich bevrijd van de illusies die ze vroeger najoegen. Ze waarderen hun stabiele en eerlijke leven, en met de kleine Pipa erbij, is het plaatje nu helemaal af.

 

EINDE

Rene Jochems, Kontich, 24 februari 2026.