"Moeder is verdwenen!"

   

    

13:06 Edegem, UZA.

De vrouw staat oog in oog met de chauffeur van lijn 17, die geduldig wacht. Ze zoekt in haar portemonnee, wil cash betalen, maar dat kan niet: “We nemen geen contant geld meer aan, mevrouw. Heeft u misschien een kaart of een abonnement?”

Het is bijzonder druk op perron 4 van het Universitair Ziekenhuis. De middagspits. De vrouw graait zenuwachtig in haar handtas, haalt een pakje papieren zakdoekjes tevoorschijn, een rolletje pepermuntjes, vervolgens een brillendoos…

De studenten achter haar beginnen te drummen en zeuren dat het te lang duurt. De buschauffeur heeft dit soort problemen al meer meegemaakt: “Maakt u zich geen zorgen, mevrouw. Gaat u rustig zitten, ik regel het wel.”  En terwijl de dame haar spullen terug in haar handtas steekt, maant hij de jonge meute tot kalmte.

Met haar handtas in beide armen gekneld, zoekt ze een goed plaatsje uit, maar dat is niet zo eenvoudig. Op twee stoeiende jongens na is de bus nog helemaal leeg. Er zijn ontelbaar veel mogelijkheden waaruit ze moet kiezen. Bij elke rij aarzelt ze, bekijkt ze de zitjes, draait ze onrustig om naar de aankomende passagiers en stapt ze weer verder naar achter. Die harmonicabussen lijken eindeloos lang: ze geven haar het gevoel te kunnen verloren lopen.

Uiteindelijk zet ze zich in de tweede helft van de bus op een tweezitsbank en schuift naar het zitje bij het raam. Ze kijkt naar buiten, naar de gevel van het ziekenhuis, naar het raam waar ze zonet nog door de neuropsycholoog de gekste vragen kreeg voorgeschoteld, en domme woordspelletjes. Ze moest zelfs een klok tekenen, alsof ze een ingangsproef voor de kleuterklas moest afleggen. Hoe idioot!

Toen men haar zei om weer in de wachtzaal plaats te nemen, in afwachting dat men haar daar kwam halen voor de scans, vond ze het welletjes geweest. Ze is er stiekem vandoor gegaan. Het is niet omdat ze zeventig is, af en toe iets vergeet, of een keer verward is, dat ze plots gek zou zijn. Haar kinderen zijn ongerust en hebben vast de beste bedoeling, maar geen haar op haar hoofd denkt eraan om zich te laten opsluiten.

De bus raakt stilaan goed bezet en de chauffeur brengt zijn gelede voertuig in beweging. Tussen de geparkeerde auto’s ziet ze iets bewegen: het ziet eruit als een eend en het loopt als een eend, dan zal het wel een eend zijn, denkt ze. De afleiding en het idee terug te keren naar huis brengen haar stilaan weer tot rust.

 

13:16 Edegem, UZA.

De zoon heeft tijdens het neuropsychologisch onderzoek van zijn moeder bijna twee uur zitten lezen in de lounge, tussen de andere begeleiders en mantelzorgers. Hij komt haar op de afdeling op het afgesproken uur weer ophalen.

“Kan ik u helpen, meneer?” vraagt een verpleger.
“Ja, ik zoek mijn moeder, is ze nog niet klaar?”
“Ik kom net terug op dienst na mijn lunch. Ik zal even nakijken of men op Beeldvorming nog met haar bezig is…”

De verpleger tikt en klikt verwoed op de terminal, kijkt bedenkelijk, grijpt zijn telefoon, glimlacht zenuwachtig naar de zoon en zegt: “Een ogenblikje…” De zoon kan het gesprek niet horen, maar voelt een toenemende spanning. De hoofdzuster komt het bureau binnen en informeert wat er gaande is. De medewerker intern patiëntenvervoer wordt gesommeerd: hij heeft mevrouw niet naar radiologie kunnen brengen, want ze was niet in de wachtzaal. Waarom zat mevrouw niet meer in de wachtzaal? Misschien is ze naar het toilet? Nee. In de gangen? De trapzaal? Ook niet. De paniek is compleet. Men slaat alarm.

Verpleging, artsen, onthaal en beveiliging worden verwittigd. De liften worden gecheckt, de cafetaria, de parking… De zoon staat er verweesd bij. Zijn gsm belt: zijn zus wil weten of het onderzoek al afgelopen is en of er iets van resultaat werd medegedeeld.
“Moeder is verdwenen”, zegt hij. “Ja, ver-dwe-nen. Vermist! Dat weet ik ook niet. Natuurlijk was ik niet bij haar. Ik moest in de lounge wachten. Ze zat niet meer in de wachtzaal toen ze haar kwamen halen voor de scans. Maar nee, je moet niet naar hier komen. Je kan hier niets komen doen: jij kent dit ziekenhuis evenmin als ik. Men is hier met man en macht aan het zoeken. Blijf thuis, bij de telefoon. Ik hou je op de hoogte. Je zal zien dat men haar dadelijk vindt, allicht in een voorraadkamer of zoiets. Wat? In de kapel? Oké, ik zal vragen of er een kapel is en of men daar wil gaan kijken. Ja, ja, ik bel je nog.”

De zoon verneemt dat er geen echte kapel is zoals in oude ziekenhuizen, maar wel een stille ruimte voor gebed en bezinning. Uiteraard had men daar al gekeken: niets. De zoon suggereert aan de afdelingsmanager om de politie in te schakelen. Deze raadpleegt het hoofd van de beveiliging, maar die houdt de boot nog even af: eerst de camerabeelden bekijken.

De zus belt: “Is ze al gevonden?” “Nee, nog niet. Een beetje geduld.” “Geduld? God weet waar ze naartoe is. Misschien is ze ergens gevallen… of overvallen! Ik ben het wachten beu. Ik bel de politie.” “Nee, niet doen! Zus? Hallo?”

 

13:20 Wilrijk, Bist.

Wanneer de bus langs de schouwburg De Kern passeert, gaan de gedachten van de dame weer naar Goede Vrijdag. Wat een magistrale uitvoering van Bachs Matheuspassie had ze hier vorig jaar mogen beleven, of twee jaar geleden, of vijf jaar, dat kan ook. Zo’n intense vertelling, historisch uitgevoerd met slechts acht zangers en klein orkest. Ze draait zich naar haar buurvrouw en zegt: “Zoals Bach maken ze ze niet meer, hé.” Ze krijgt een vragende blik retour en verduidelijkt: “Dat was niet zomaar een man van vlees en bloed: Bach was een goddelijk genie. Onder die pruik zat een artistieke vulkaan, de incarnatie van barokke vruchtbaarheid, op het orgel… en in bed. Twintig kinderen! Stel je eens voor wat een viriele kracht die man had.” Haar rustige uitstraling is plotseling de manifestatie van een allesverzengende passie. Haar wangen kleuren roze, niet van schaamte, maar van opwinding…

De buurvrouw voelt zich ongemakkelijk, staat op en ontvlucht de dame die klaarblijkelijk buiten zichzelf is door een ongetemde verheerlijking van de componist.

De oude dame staart met glazige ogen naar een punt in de leegte, maar ze ziet alles en iedereen. Het dynamische spektakel van de studenten, luidruchtig en boordevol testosteron, boeit haar mateloos. Ze doet haar best om met een verleidelijke glimlach een van de jongemannen te doen plaatsnemen op het lege zitje naast haar, maar faalt keer op keer. Vroeger was het niet waar geweest: ze zouden op de vuist gegaan zijn om haar te kunnen veroveren.

Ondanks haar leeftijd dorst ze nog steeds naar fysieke intimiteit. Men moet haar niet voortdurend zeggen dat ze te oud is; dat beslist ze zelf wel. De aftakeling van haar eigen lijf, van de onweerstaanbare uitstraling die ze vroeger had, vindt ze het verdrietigst. Het is een sluipende kwaal die soms haar moed sloopt: dát te moeten beleven met een geest die precies hetzelfde bewustzijn kent als toen. Het sombert haar.

Een oude man vraagt beleefd of de plaats naast haar vrij is. Ze bekijkt zijn gezicht, doorgroefd van een leven vol hard labeur en ontbering, zijn hand rust bibberend op zijn wandelstok. Haar grensoverschrijdende fantasieën van daarnet vervliegen meteen. Ze schoudert en knikt hem ongeïnteresseerd toe. Hij laat zijn vermoeide lichaam behoedzaam zakken tot hij neerzit. “Dank u wel,” zegt hij nog, maar zij is alweer verdwenen in de nevelen van haar hoofd.

Iemand drukt op de halteknop en de bus stopt in de Kruishofstraat. De dame herkent het huis van haar pianoleraar. In een impuls duwt ze de oude man naast haar recht en verlaat ze gehaast de bus.

 

13:28 Edegem, UZA.

De politie meldt zich aan de balie van het ziekenhuis in verband met de onrustwekkende verdwijning. Er volgt een kort overleg met de directie en de zoon. De verantwoordelijke voor de beveiliging toont enkele screenshots van de video waarop te zien is dat de dame om 13:06 op de stadsbus van lijn 17 is gestapt. De agenten seinen de beschrijving van haar jas – wol, lang, donkerrood – en van haar tas – zwart leer, Dior – onmiddellijk door aan de collega’s die in de binnenstad patrouilleren. Er wordt contact opgenomen met de alarmcentrale van De Lijn. De dispatcher communiceert via het DMR-netwerk rechtstreeks met de betrokken chauffeur. Die laatste bevestigt dat de dame in kwestie is opgestapt en bij gebrek aan vervoersbewijs gratis meerijdt. Gecoördineerd met de politie zet de chauffeur zijn bus aan de kant in de Desguinlei en de agenten doorzoeken ter plaatse de bus. Helaas, de vogel is gevlogen.

Sinds het vertrek aan het UZA heeft de bus reeds negentien haltes gemaakt. De politiecombi rijdt het traject af in tegengestelde richting, op zoek naar de dame met de donkerrode mantel en de zwarte handtas.

 

13:30 Wilrijk, Kruishofstraat.

Het geoxideerde koperen naambord van de pianist is vervangen door een zwartgelakt exemplaar: “Kunstgalerij W”. De dame staat er onbeweeglijk naar te gapen. De wissel van de plakkaten voelt als een kortsluiting: er klopt iets niet… Dan merkt ze dat de deur op een kier staat. Wat niet verboden is, is toegelaten.

Het eerste dat haar binnen opvalt, is dat de vertrouwde mufheid heeft moeten wijken voor een heerlijk parfum. Wanneer ze de voorkamer betreedt, vindt ze in plaats van de bruin berookte muren verblindend witte, behangen met kleurrijke schilderijen. Waar de zwarte vleugelpiano stond, staat nu een stijlvol spierwit bureautje waaraan een jongedame zit met felrood gestifte lippen en een enorme zwarte bril op haar neus: “Goedemiddag. Kijkt u maar rustig rond, hoor. En als u vragen heeft, hoor ik het graag.”

“Is de pianoleraar er niet?”
“Euh… de pianoleraar, zei u? Ik denk dat ik uw vraag niet begrijp.”
“Wordt hier geen pianoles meer gegeven dan?”
“O, ik vrees dat die tijd lang voorbij is, en dat uw leraar niet meer onder ons is, mevrouw. De galerijhouder heeft dit pand geërfd, ik schat zo’n twintig jaar geleden. U heeft hier ooit nog les gevolgd?”

De dame staart met glazige ogen naar de oude beuken aan de overzijde van de straat: “Ik keek altijd naar buiten,” zegt ze, “ik moest altijd uit het raam kijken, zei hij, terwijl ik mijn stukjes uit het hoofd speelde… en hij met zijn vingervlugge handen onder mijn truitje of onder mijn rokje zat te spelen.”

De stilte is breekbaar. De juffrouw durft niet te spreken. De dame kijkt uiterlijk onbewogen naar buiten, terwijl in haar hoofd talrijke pianolessen heen en weer flitsen door haar brein. “Ik heb hier veel geleerd”, zegt ze. En terwijl ze met haar vingertoppen zacht over haar lippen streelt: “Hij kon ook goed kussen.”

Wanneer ze na een tijdje op aarde is weergekeerd, glimlacht ze naar het meisje en kijkt ze even in het rond naar al dat artistiek gepronk.
“Wilt u misschien een tas koffie, mevrouw?”
“Nee, dank je. Maar als ik hier naar het toilet zou mogen gaan?”
“Natuurlijk, in de gang achteraan, u kan het niet missen.”

In de gang hangt de dame haar jas aan de designkapstok en trekt ze zich even terug in de kleine marmeren kamer voor een plasje. Als ze klaar is, verlaat ze de kunstgalerij en gaat ze op weg.

Het terras van Bistro Pompidou is te verleidelijk om voorbij te lopen. De dame zet zich in het zonnetje en bestelt een ‘Coupe Colonel’ met een air van ‘ik neem dit hier elke week’. Voor haar neus op het tafeltje staat een glossy kaart met de suggestie voor het verfrissende Franse dessert, bestaande uit bollen citroensorbetijs overgoten met een scheutje wodka en afgewerkt met een muntblaadje.

 

13:35 Edegem, HEKLA - Hoofdcommissariaat.

De commandopost op het hoofdcommissariaat draait op volle toeren. Men contacteert en coördineert wat men aan hulpdiensten, vervoersdiensten en vrijwilligers kan inschakelen in de zoekactie.

De bus waarop de dame bij het UZA is opgestapt, heeft het eindpunt van haar rit op de Brouwersvliet bereikt. De buschauffeur wordt verzocht zijn voertuig onmiddellijk in de stelplaats binnen te rijden, zodat de camerabeelden van de in- en uitstappende passagiers kunnen worden uitgelezen en doorgeseind naar de commandopost in Edegem.

Uit analyse van de beelden blijkt dat de dame van de bus gestapt is aan halte Kruishof. Dat was om 13:26, met andere woorden ruim een half uur geleden. De coördinerende commissaris laat een aantal patrouillewagens een systematische ‘sweeping’ uitvoeren van alle straten in een straal van een kilometer rond de Kruishofhalte.

De zoon krijgt voor de zesde keer telefoon van zijn zus, die ongeduldig wacht op nieuws. “Ja, maar zolang er geen nieuws is, heeft het toch geen zin dat ik bel,” verdedigt hij zich. De zenuwen staan gespannen en verwijten liggen klaar: waarom is hij niet bij moeder gebleven? Hij kon net zo goed in de wachtzaal van neurologie zitten lezen in plaats van in die stomme lounge!

 

13:40 Wilrijk, Pompidou.

Een scheut wodka op een ijsje mag dan een onschuldig toetje zijn voor gezonde, weldoorvoede burgers, voor een tenger dametje dat al de hele dag zonder voeding rondloopt, heeft dat wel enige bijwerking. Een euforisch gevoel en verminderde remmingen maken dat de dame twee heren aanspreekt die even waren gestopt om iets te drinken. Op de deur van hun auto prijkt het logo van een bekend bedrijf in de haven. Als de mannen willen vertrekken, vraagt ze om een lift. “Jullie bedrijf ligt bij mij om de hoek en ik ben al wat laat. Ik zal jullie eeuwig dankbaar zijn.”
“Allez vooruit,” replikeert de chauffeur, “omdat ge het zo schoon vraagt. En ge ziet gij er niet al te gevaarlijk uit.”

Al lachend stapt het trio in en rijdt weg. Een politiecombi passeert met twee agenten die aandachtig uitkijken naar een wandelende donkerrode jas die ergens aan een chique kapstok hangt. Wanneer de dienster buitenkomt, vloekt ze binnensmonds: een onbetaalde coupe en ook geen drinkgeld. De grote foulard van Guess, die de dame vergeten is, neemt ze mee naar binnen. Als die bitch niet terugkomt voor haar dure sjaal, is die van mij, denkt ze. Een betere fooi zelfs dan een paar euro’s.

De ambiance in de auto is feestelijk. Op de radio klinkt ‘Jolene’ van Dolly Parton en de dame zingt uit volle borst mee. De heren komen niet meer bij van plezier. Aan ’t Eilandje gekomen, gaan ze akkoord om samen nog een afsluitertje te drinken. Op de hoek van de Napelsstraat duiken ze binnen bij Den Tros: daar draait het om plezier, dansen en genieten zonder gedoe.

Hoge leeftijd brengt geen wijsheid, enkel spijt van al wat ge niet hebt gedaan. Zo luidt de filosofie van de dame. Ze danst en flirt met haar twee ‘chaperonnetjes’, zoals ze de heren graag noemt. Na een uur uitbundigheid nemen de mannen gehaast afscheid, want ze moeten op het werk gaan “uittikken”! De dame blijft alleen achter met nog een halve witte Hoegaarden voor haar neus.

 

17:10 Edegem, HEKLA - Hoofdcommissariaat.

De zoon legt zijn gsm op tafel, kijkt de commissaris mistroostig aan en zegt: “Mijn zus dringt erop aan om de media in te schakelen. Ze gelooft niet dat de zoekacties van de politie nu nog iets zullen opleveren.”
“Ik heb alle begrip voor de zorgen die uw zus en u zich maken. Maar radio en tv zo kort na de verdwijning inschakelen gebeurt hoogst uitzonderlijk, enkel bij acuut dreigend gevaar. Maar we hebben natuurlijk wel nog andere publieke kanalen. Ik ga mijn diensten vragen om een online oproep op te stellen via de politie-socials en via onze website. Verder gaan we door met de sweeping van de omgeving, en de search in shoppingcentra, stations, hotels en portieken. Ook vanavond en vannacht.”

De zoon wordt om zijn medewerking gevraagd om een DNA-profiel voor te bereiden voor later, wanneer de coördinator van de cel vermiste personen contact opneemt.

Langzaam, onmerkbaar, verglijdt de sfeer in het hoofdcommissariaat van hoopvol tijdens de eerste uren van de verdwijning naar… ja, nog niet helemaal naar hopeloos, maar wel in die richting.

Zijn gsm licht op: een bericht van zijn zus: “Hebben VRT en ATV toegezegd?” De zoon zucht. Hij mompelt tegen zichzelf: “Komaan moeder, kom eens boven water. Het heeft nu lang genoeg geduurd.” Hij schuift zijn telefoon op tafel wat opzij, sluit zijn ogen en legt zijn zinderende kop op zijn armen.

 

20:28 Antwerpen, ‘t Eilandje.

De dame controleert haar kapitaal. Na enkele pogingen kan ze met grote waarschijnlijkheid nog beschikken over 6,50 €. Nauwgezet keurt ze de drankenkaart. Een wodka is 7 €: jammer, of toch niet jammer, want zonder dat ijsje zou het niet zo lekker zijn. Dan nog maar een Hoegaarden: 3,20 €: geen probleem dus.

Alleen aan haar tafeltje observeert ze de jeugdige bedienden die na het werk hier een feestje bouwen. Die hebben dat vertier nodig om hun bullshitjobs vol te houden. De dame kijkt geamuseerd toe, analyseert de karakters en de onderlinge verhoudingen. Boeiend.

Met haar zesde zintuig wordt ze gewaar dat ze begluurd wordt. Aan de overzijde van de dansvloer zit een man van een jaar of vijftig. Af en toe nipt hij van zijn drankje, maar de hele tijd gaat zijn hoofd lichtjes op en neer met de beat van de muziek. En om de paar tellen peilt zijn blik quasi toevallig in haar richting. De dame is in eerste instantie gecharmeerd door de stiekeme interesse van de man: ze heeft het nog. Haar aantrekkingskracht is na al die jaren nog niet uitgeblust.

Wanneer Chers dance-klassieker ‘Believe’ door de luidsprekers spat, begint de mist in haar hoofd een beetje op te trekken. Met de muziek komen stilaan herinneringen in beeld. De man die daar zit te kijken is geen onbekende: hij komt voor in die herinneringen van dertig jaar geleden. Deels ziet ze, en deels voelt ze weer de sfeer van toen, van ook een bedrijfsfeestje, na het werk in een bruine kroeg in de buurt van het station. Hij was een nieuwe bediende, een frisse twintiger, blue. Zij was zijn directe leidinggevende, een oude rot in het vak, bien cuit. Er was al flink uitbundig gezongen, gedanst en gedronken. Haar moment om toe te slaan was gekomen. Ze vroeg hem of hij al eens met een Jaguar had gereden. Zij had een donkerrode Jaguar à la Inspector Morse. Zo lokte ze de onschuldige jongen mee. Hij mocht niet rijden, maar wel mee-rijden, en ze gaf plankgas, om te testen of hij stressbestendig was. Ze reed naar huis en sleurde haar slachtoffer mee in haar web.

Het is alsof de man haar visuele herinneringen vanuit zijn hoek in het café mee kan volgen. Hij blijft haar nu ononderbroken aankijken, vrank en vrij.

De jongen was verlamd van angst, wist in al zijn onervarenheid niet wat hem overkwam. Zij ging tekeer als een furie en liet hem ‘alle hoeken van de kamer zien’. Ze had gesmuld en genoten van het jonge veulen. Uitgeput was ze tegen de ochtend als een blok in slaap gevallen. Toen ze tegen de middag op het werk kwam, was de jonge bediende niet opgedaagd. Op haar bureau lag zijn ontslagbrief. Ze had hem nooit meer weergezien. Tot nu…

De dame en de heer kijken naar elkaar. In haar verwarde hoofd vechten de neiging om allernederigst vergeving te vragen met het genotvol herbeleven van het verleden. Ze is ook niet zo goed in het verwoorden van excuses. Ze beseft dat ze niet netjes gehandeld heeft, maar schuldgevoel heeft ze niet. Natuurlijk was het geen liefde, maar pure lust. Ze gehoorzaamde aan haar lichaamsimpulsen: wat is daar mis mee? Ze had dat toch niet verkeerd bedoeld? En hij had van die ontgroening toch ook iets geleerd, of niet soms? Zij was wel dronken, maar niet blind: ze kon toch zien dat hij er ook een beetje van genoot. Hij had ook kunnen weglopen, maar hij bleef. Ten slotte is een man van twintig ook sterker dan een vrouw van veertig, niet? Wel dan?

Zijn koude blik en zijn pokerface bezorgen haar koude rillingen. Ze wil haar foulard omhangen, maar vindt hem niet. Met een eerlijke blik in zijn richting bekent ze egoïstisch en ongeduldig te zijn geweest, onbeheerst. Maar dat begrijpen we pas achteraf, niet op het moment dat we het beleven. Ze vertelt met haar ogen dat ze oprecht hoopt dat hij nadien een goede job heeft gevonden, en een zachtaardige vrouw die hem een warme thuis en een paar kinderen heeft geschonken.

Zijn blik is geen bevestiging van haar wensen. Het is het droevige relaas van een verwoest leven, een verloren bestaan, rampspoed die hij iedere avond met een pint even wegspoelt.

De heer verbreekt de visuele communicatielijn. Hij kijkt naar zijn glas, giet de laatste slok naar binnen, staat op en verlaat het café zonder haar nog een blik te gunnen.

Nu valt het gewicht van de schuld pas goed op haar schouders. Ze kan niet passief blijven. Ze moet handelen. Ze moet helpen. Het goedmaken kan niet, maar helpen kan wel. Moet kunnen. Ze wil rechtspringen en hem achterna lopen, maar het idee dat hij zou denken dat ze hem weer kwaad wil, houdt haar tegen. Nee! Niet aarzelen. Ze moet het juiste doen. En wel nu!

Ze laat haar 6,50 € op tafel liggen en rent naar buiten. Ze ziet hem in de verte gaan. Hij loopt langs de Napoleonkaai, richting Londenbrug. Zo vlug als haar oude benen haar kunnen dragen, loopt ze achter hem aan.

 

 

07:00 VRT, het Nieuws.

"Goedemorgen. Dit is het nieuws.
De politie heeft bevestigd dat het lichaam dat vanmorgen vroeg in het Kattendijkdok is aangetroffen, dat van een 70-jarige vrouw uit Antwerpen is. De vrouw werd sinds gistermiddag vermist nadat zij ongemerkt het UZA had verlaten. Hulpdiensten en talrijke vrijwilligers hebben sindsdien met man en macht naar haar gezocht.
Een havenarbeider deed de ontdekking rond half zeven ter hoogte van de Londenbrug. De hulpdiensten kwamen direct ter plaatse, maar konden enkel nog haar overlijden vaststellen. Volgens de politie zijn er momenteel geen aanwijzingen voor een misdrijf; alles wijst op een noodlottig ongeval waarbij de vrouw in het water is terechtgekomen. Een autopsie moet nog definitief uitsluitsel geven over de exacte doodsoorzaak.
De familie is inmiddels op de hoogte gesteld. Volgens haar naasten was de vrouw licht dementerend en dwaalde ze vaker weg. De politie zet het onderzoek naar de toedracht voort en roept getuigen op zich te melden. Zij zijn specifiek op zoek naar mensen die gistermiddag iets hebben gezien langs het traject van buslijn 17, of gisteravond in de omgeving van het Kattendijkdok.
Het weer. We sluiten af met de weersverwachting: de rest van de dag en komende nacht verlopen wisselend bewolkt met af en toe een opklaring. De minimumtemperatuur bedroeg vanochtend zeven graden, vanmiddag stijgt het kwik tot maximaal negentien graden.
Dat was het nieuws."

 

EINDE

Rene Jochems, Kontich, 03 februari 2026.