Maartje en haar opa Marius.
H-1
Als ik mijn kleindochter Maartje aan de schoolpoort heb afgezet, blijf ik graag nog even hangen. Het moment voordat de lessen beginnen, is de speelplaats compleet ondergedompeld in een bad van kinderstemmen. Een fluïde wereld van geluid die ik graag vergelijk met de kosmische soep voor de oerknal. Alles is nog mogelijk, niets ligt vast, het kan straks nog alle kanten op. Magisch moment, puur genieten.
Wanneer de bel gaat en de leerkrachten de wanorde omtoveren in structuren van rijen, wandel ik terug naar huis. Nog even en ik ben dit alles kwijt. Emigreren naar Nieuw-Zeeland: hoe halen ze het in hun hoofd? Van mijn losbollige schoonzoon had ik geen realiteitszin verwacht, maar dat mijn eigen dochter daarin slaafs meegaat! Heb ik in haar opvoeding dan toch de rijping van het oordeelsvermogen over het hoofd gezien?
Als tachtigjarige – of toch bijna – heb ik niet veel meer om naar uit te kijken. Elke weekdag mag ik mijn Maartje om acht uur naar school brengen en om vier uur afhalen. Haar pianoles op woensdagnamiddag bezorgt me een bonus.
De rest van de tijd dat ik wakker ben, bedenk ik wat ik op onze volgende wandeling met haar ga bespreken. Acht decennia ervaring overhevelen in een achtjarig hoofdje is geen sinecure. Gelukkig is mijn kleine schat een heel pientere meid. Ik weet niet wat ik zonder haar zal moeten beginnen.
H-2
Ik kijk naar de zorgelijke, oude man in de spiegel, en denk aan het gezegde: ‘Het leven is als een spiegel: je krijgt de beste resultaten als je ernaar glimlacht.' Ik kan bij mijn strijdlust vandaag maar beter een vrolijker masker opzetten. Ik heb mijn Christine en haar Brecht uitgenodigd voor de lunch in een eethuisje waar ik regelmatig mijn calorietjes aanvul. Ik ga een poging wagen om hen van dat onzalige idee af te brengen. Mission impossible, ik weet het. Maar niets doen en de karavaan laten vertrekken zonder boe of bah, dat kan ik niet.
Wanneer ik Bistro Fuego binnenkom, zitten zij reeds aan een tafeltje, schouder aan schouder, samen sterk. Christine kennende heeft die met haar zesde zintuig reeds lont geroken. Met mijn breedste glimlach begroet en zoen ik hen beiden.
De menukaart hebben ze reeds bestudeerd voor mijn komst. Mijn dochter gaat voor het vispannetje van het huis en Brecht wil de chili con carne. Zelf opteer ik voor lekker gezond: toast met avocado en gerookte zalm. Brecht heeft zelfs al de wijn gekozen en besteld. Het is blijkbaar niet meer nodig dat ik een suggestie doe qua wijn – hoewel ik de uitnodigende partij ben – maar goed. “Het wordt de Zuid-Afrikaanse ‘Fishwives Rosé’: we zitten tenslotte hier op de Vismarkt, en het gaat al richting Nieuw-Zeeland,” voegt hij er opgewekt aan toe.
Om geen tijd te verliezen aan de klassieke koetjes en kalfjes, neem ik het woord. “Wat een genot was het vorige zaterdag om Maartje te horen en zien pianospelen op het toonmoment in de muziekacademie. Ze heeft dat Menuet van Bach en de Fröhlicher Landmann van Schumann schitterend vertolkt, nietwaar?” Beide dertigers knikken schaapachtig, en Christine voegt er heel vriendelijk aan toe: “Jij verdient ook wel wat lof, papa, want zonder jouw aanmoediging zou ze niet alle dagen oefenen.”
Mooi zo, tijd voor de mokerslag.
H-3
“Bedankt voor de bewieroking, liefje, maar je weet dat ik dit graag doe en van harte. Jullie hebben een schat van een dochter op de wereld gezet. Ze is mijn oogappel. Ik zou haar niet kunnen missen.” Christine krijgt een kleur en schuift wat ongemakkelijk heen en weer. Brecht heeft nog niet door wat er komt, of juist wel, en hij voelt zich verheven boven het gemor des volks.
“Jullie hebben mij toen bijna een hartinfarct bezorgd met dat ballonnetje over emigreren naar Nieuw-Zeeland. Hoe komen jullie op zo’n dwaas idee? Jullie fantaseren zomaar wat, zonder deftig alle aspecten te overwegen: de enorme afstand, de kosten voor zo’n verhuis, het taalprobleem, werkgelegenheid, scholen, huisvesting, gezondheidszorg, om van de regelmatige aardbevingen daar nog te zwijgen. Wat is er mis met ons eigen landje? Hier hebben jullie allebei een goeie job, een gezellig groot appartement, Maartje heeft een prima school, jullie hebben hier familie, vrienden, noem maar op. Wat drijft jullie verdorie plots naar het einde van de wereld?”
Het eten wordt opgediend en het blijft minutenlang stil. Er wordt gegeten, maar zo te zien met lange tanden. Mijn inleiding heeft indruk gemaakt. Toch vermoed ik dat ze voorbereid waren. Ik wacht geduldig op het wederwoord en laat intussen avocado en zalm mijn smaakpapillen verwennen.
Christine hervindt haar stem: “Sorry, papa, het was er toen uit voor ik het wist. We hadden je dat op een rustiger moment en voorzichtiger moeten aanbrengen. En natuurlijk hebben we hier lang over nagedacht: dit is geen folietje, dit is een weloverwogen project waar Brecht en ik reeds een jaar in stilte mee bezig zijn.”
Brecht neemt in de gauwte nog een flinke slok van zijn Fishwives, haalt zijn iPhone boven en opent de app met zijn dossiertje.
H-4
“Goed,” steekt hij met zijn ingestudeerde repliek van wal. “Laten we die bezwaren eens onder de loep nemen. De afstand is groot, inderdaad, maar we zijn in de eenentwintigste eeuw: we kunnen perfect elke week met elkaar videobellen. Bovendien hebben we ingecalculeerd dat, zo gauw we daar gesetteld zijn, we u laten overkomen. Maar u moet het dan wel willen.”
Ik reageer niet. Nog niet. Maar denkt die kerel nu echt dat ik op mijn tachtigste me ga laten ontwortelen?
“Wat betreft de kosten. Christine en ik hebben voor ons project al een spaarpotje opgebouwd. Bovendien hebben we zeer goede vooruitzichten op werk. Voor haar, als fysiotherapeute, staan er in Nieuw-Zeeland momenteel honderden vacatures, zowel in de publieke sector – die goed betaalt – als in privépraktijken – met nog betere verloning. Voor leerkrachten is het tekort daar minder groot, maar toevallig is er voor mijn vakgebied, wis- en natuurkunde, een grotere vraag. De wedde is respectabel, dus prima om te starten en dan eventueel uit te kijken naar iets lucratievers.”
Het is sterker dan mezelf en ik onderbreek hem toch: “In mijn oren klinkt dat allemaal nog erg voorwaardelijk, Brecht. Veel landen nemen immigranten pas op als die over contracten van een werkgever beschikken. Zo te horen is dat nog niet het geval…”
“Onze aanvragen bij de Physiotherapy Board en bij het Ministry of Education zijn ingediend: we verwachten daar spoedig positieve reacties op. Wat betreft de taal: zowel Christine als ik spreken vlot Engels, en zelfs Maartje kan er al aardig mee weg.”
“Maar misschien kom je wel in een school terecht waar men Maori spreekt, dat is daar een van de officiële talen, hoor.” Die zit!
“Euh, ja, terechte opmerking, denk ik, maar die kans is zeer klein, lijkt me, temeer daar het slechts een minderheid is die Maori spreekt. Wilt u nog wat wijn, papa? Ik vind hem uitstekend. U toch ook?”
“Nee, bedankt. Op de middag beperk ik mij tot één glaasje.”
“Om verder te gaan: de gezondheidszorg. Die hebben we ook goed nagekeken, werkt daar met privéverzekeringen, is naar verluidt van topkwaliteit én beter toegankelijk dan het wachtlijstencircus bij ons! Het mag duidelijk zijn dat u zich zorgen maakt om niets.”
“Ik neem aan dat je ook al een geschikte school voor Maartje hebt gevonden?”
“Er is nog geen beslissing gevallen, maar we hebben tot nu toe drie scholen bezocht – via videocalls, uiteraard – en ze zijn stuk voor stuk prima. Het onderwijssysteem is daar echt erg degelijk. Zodra ik weet waar ik kan lesgeven, kiezen we een school in dezelfde buurt. Tegelijk weten we dan in welke stad we een woonst kunnen regelen. Er zijn dus nog een paar losse eindjes, maar dat komt zeker tijdig in orde.”
Ik merk dat de presentator zich in zijn nopjes voelt …
“Oh ja, dan is er nog je ongerustheid omtrent de aardbevingen. Ha, ha, geloof het of niet, maar dat is een van de eerste zaken die we zelf zijn gaan uitzoeken. Jaarlijks hebben ze in Nieuw-Zeeland tussen de vijftien en de twintigduizend bevingen… die te licht zijn om te worden gevoeld. In alle ernst, er zijn er twee per maand die je voelt en twee per jaar die intens zijn en schade veroorzaken. Regionaal verschilt het ook: zo heeft Auckland – waar wij ons liefst willen vestigen – een lager risico dan bijvoorbeeld Wellington. Enfin, eigenlijk kun je het vergelijken met de overstromingen hier bij ons. U ziet, papa, dit is geen lichtzinnig what if-spelletje. Dit is een weldoordacht toekomstplan.”
Hij kijkt me aan met een triomfantelijke grijns, zo van ‘ben ik geslaagd, of ben ik geslaagd’. Maar ik ben nog niet klaar met Brechtje.
H-5
Ik bevochtig mijn lippen even aan de wijn waar ik niet zo gek op ben, en schakel mijn stembanden een terts lager voor een wat dramatischer effect: “Jullie schijnen wel één ding uit het oog te verliezen: de menselijke tol. Ik maak me ernstig zorgen over de impact van jullie ‘project’ op het mentale welzijn van Maartje. Je kan makkelijk elk materieel en financieel probleem uit de weg rationaliseren, maar de verstoring van de leefwereld van jullie kind is reëel en diepgaand, en dat draagt ze haar leven lang mee.”
Aan hun beider gezichten te zien, heb ik een gevoelige snaar te pakken.
“Het is niet louter een kwestie van een kinderlijke rouwperiode over het verlies van het eigen huis en de eigen kamer, de vertrouwde weg naar school, de klas, de juf, de vriendjes. Het is evenzeer de angst en de onzekerheid over de nieuwe school, nieuwe regels, de onbekende taal – want maak jezelf niets wijs: naar een videootje op TikTok kijken betekent niet dat je Engels kunt.”
Mooi zo. Mijn voorstudie loont. En nu: volle gas.
“Verwacht je maar aan heimwee, huilbuien en de voortdurende vraag: ‘Wanneer gaan we terug?’ Ik geef je op een briefje dat er slaapproblemen, nachtmerries of allerlei lichamelijke klachten zullen optreden. Als jullie dit niet de nodige zorg en aandacht geven, dan hangt er frustratie en woede in de lucht, met ongehoorzaamheid, boze uitbarstingen, eenzaamheid, depressie of zelfverminking tot gevolg. Ik las zelfs dat sommige kinderen in dergelijke situaties onbewust gaan verlangen naar de veiligheid van vroeger en hervallen in duimzuigen en bedplassen.
Als ouders hebben jullie ooit gekozen verantwoordelijkheid op te nemen voor een kind. Ik heb sterk de indruk dat door de euforie van de plannenmakerij Maartjes welzijn in de schaduw is beland.”
Uiterlijk etaleer ik mijn verontwaardiging, maar innerlijk ben ik best tevreden met mijn pleidooi. De beide ‘beschuldigden’ doen alsof ze de laatste druppels wijn uit hun lege glazen opdrinken om wat extra bedenktijd in te lassen.
Christine is weerom de dapperste van de twee: “Tja, dat is een hele boterham die je daar op ons bord smijt, papa. Dat gaan Brecht en ik even moeten laten verteren en we komen daar vast op terug. Het wordt al laat, zie ik: mijn eerste patiënt van de namiddag zit binnen een kwartier in de wachtkamer.”
Heel geloofwaardig klinkt het niet, maar ik heb begrip voor haar smoes.
“En ik heb zo dadelijk een pedagogische vergadering,” treedt Brecht haar bij. Hij springt fluks recht en houdt galant mijn jas open. Hij kan me niet snel genoeg kwijt zijn!
H-6
Het is me een marteling! Zwijgen tegen Maartje over het luchtkasteel van haar ouders vraagt de uiterste inspanning van mijn gevoel voor fair play. Als ik mijn geweten zou uitschakelen, zou mijn aanpak afschuwelijk manipulatief zijn.
Ik verbeeld me dat ik eerst een zaadje zou planten: ‘Heb je al eens gehoord over Nieuw-Zeeland? Dat is een land heel ver weg. Het staat helemaal onderaan in een hoekje op de wereldkaart. Mensen die daar naartoe gaan, die zien we nooit meer terug.’
Wanneer dan het begrip Nieuw-Zeeland in haar onderbewustzijn stevig verankerd zit aan verlies en verdriet, zou ik mijn band met die kleine schat versterken: ‘Ik ben de enige die jou de waarheid vertelt. Papa en mama hebben geheime plannen. Ze willen jou meenemen naar dat verre land en dan zien wij elkaar nooit meer. Vervolgens zou ik haar tot bondgenoot maken in mijn strijd tegen de verhuisplannen.
De duivel in mij fluistert me elke dag in het oor: “Doe het! Vertel het haar. Zeg het nu!”. Maar mijn oude hart is gelukkig standvastig genoeg om niet toe te geven. Ik wil mijn Maartje niet belasten met een geheim, zodat ze totaal verward raakt en al het vertrouwen in haar ouders verliest. Trouwens, zelf zou ik ook de gevolgen van mijn egoïstische daad moeten dragen wanneer eenmaal die tijdbom is ontploft.
Nee dus, ik zal een deugdzame opa blijven, fier op zijn morele standaard, ook al kost het hem dan een eenzame eindtijd.
En zo verlopen, dag in dag uit, onze gesprekjes voor en na schooltijd, over wie op wie is, wie niet meer met wie, over de taal- of de rekentoets, en of de punten verdiend waren of niet, enzovoort.
“Opa, ik wil dat jij deze zomer met ons mee op vakantie gaat,” overvalt Maartje me vandaag. Van een verrassing gesproken. Gelukkig ben ik op mijn hoede: “Hoezo, lieverd? Opa gaat toch nooit met jullie mee op vakantie? Trouwens, op mijn leeftijd heb je een goed bed nodig en dat kan een tent of een caravan niet bieden. Hoe kom je daar nu bij?”
“Mama en papa zijn al met de vakantieplannen bezig. Ik heb ze horen smoezelen: we gaan naar Zeeland. Als jij niet in de tent wil, kan je toch een kamer in de buurt huren? Dan hoeven we niet drie weken te wachten om elkaar te zien. Ga je mee? Toe, opa!”
“Ja, dat klinkt wel heel verleidelijk. Niet voor de hele periode, maar ik zou halverwege tijdens jullie vakantie voor enkele dagen naar zee kunnen komen en daar vlakbij in een hotelletje logeren.”
“Hoera, dat is dan afgesproken, opa!”
“Ssst, Maartje. Laten we dat voorlopig nog maar stilhouden voor thuis. Wij weten zogezegd nog niets over de vakantie. Dit is ons geheim. Oké?”
“Hi, hi. Oké, opa.”
Ik mag maar hopen dat ik met deze bedrieglijke aanpak haar het minste kwaad berokken.
H-7
Zoals elke dinsdag ben ik om tien uur weer stipt op tijd voor de les aquagym. Ik doe het nu bijna twee jaar en voel me er zeer goed bij. Mijn huisarts had het aangeraden als ‘wondermiddel’ tegen de gebruikelijke valpartijen van oude mensen. Mijn heupen en mijn knieën protesteren af en toe, maar sindsdien sta ik toch steviger op mijn benen. Letterlijk dan toch.
Ik ben hier niet enkel de oudste deelnemer, ik ben ook de enige van het mannelijke geslacht Niet dat ik daar om geef, integendeel. Alle dames zijn bijzonder attent voor mij, en dat streelt het ego…
Ik ben, denk ik, ook de enige die de les met aandacht volgt. De instructeur, die op de kant de oefeningen voordoet, wordt soms horendol van de ‘koffiekransjes’ in het water. Mij stoort dat niet. Zijn onvermijdelijke achtergrondmuziek geeft me veel meer ergernis.
Tussen de jumping jacks, squats en lunges door, hoor ik toevallig flarden van een onderonsje tussen Mia en Suzy, twee vrolijke vijftigers die vlak voor mij in het bad staan. De geluidenmix van de instructies, de muzak, het spetterende water en de taterende dames maakt dat ik slechts hier en daar een woord opvang, maar het feit dat het gaat over reispassen en visa maakt me niet toevallig nieuwsgierig.
“Euh, Suzy, euh… heb jij soms zin in een kopje koffie na de les?”
De blonde, volslanke dame bekijkt me eerst verwonderd, en stemt vervolgens in met een brede glimlach.
“Zo, Marius. Bedankt voor de uitnodiging. Waar heb ik dat aan verdiend, om uit de hele harem te worden uitverkoren?”
“Was ik twintig of dertig jaar jonger, Suzy, dan had je geen twee jaar moeten wachten op een romantische date, hoor!”
Ieder verzonken in de eigen gedachten, nemen we oog in oog een slokje koffie en bijten tegelijk in het bijhorende speculaasje.
“Kijk, het zit zo: als ik me niet vergis, hoorde ik jou tegen Mia zeggen dat je zou zorgen dat ze haar reispassen zo snel mogelijk zou krijgen, om tijdig hun visa in orde te hebben. Klopt dat zo een beetje?”
“Dat heb je goed gehoord. Ik werk op de gemeente bij de dienst bevolking, en regel de aanvragen voor nieuwe reispassen. Zo is dat. Heb jij misschien reisplannen, Marius?”
“Ach, Suzy. Ja en nee, ik weet het niet. Luister: mijn dochter, schoonzoon en kleindochter staan op het punt naar Nieuw-Zeeland te emigreren. Dwaas idee volgens mij, maar goed. Ze trachten de pil te vergulden door mij voor te spiegelen dat ik daar bij hen zou kunnen gaan inwonen. Ik weet dat ons landje soepel is qua gezinshereniging, maar ik vraag me af: is dat ‘down under’ ook zo?
“Lieve Marius, wat een vreselijk vooruitzicht! Wat moeten wij hier in de aquagymles zonder jou aanvangen Misschien kunnen we een petitie naar je dochter sturen, om te eisen dat ze jou bij ons laat. Nee, even ernstig nu. Ik kan je daar niet direct op antwoorden: er zijn bijna tweehonderd landen in de wereld waar je met een Belgisch paspoort heen kan. Natuurlijk is het voor mij een kleine moeite om dat uit te zoeken. Hoe snel wil je antwoord? Volgende week goed? Of wil je dat ik het je meteen laat weten?”
“Ik geef je mijn gsm-nummer, dan kan je me een berichtje sturen zo gauw je meer weet. Alvast duizendmaal dank, Suzy.”
Terwijl ik naar huis wandel, probeer ik met mezelf in het reine te komen. Wat bezielt me nu weer, om te informeren naar mijn kansen op een familiehereniging in Nieuw-Zeeland, terwijl ik tegelijkertijd mijn hersens pijnig om hun vertrek te kunnen boycotten? Een saboteur met heimwee? De mens is een ondoorgrondelijk wezen, en ik ben er het levende bewijs van.
H-8
Een sms'je van Suzy: “Dag Marius, kort antwoord: nee. Lang antwoord: om zeven uur vanavond in Brasserie De Margriet. ☺”
Nee dus. Geen vanzelfsprekende gezinshereniging daarginds. Oef. Wat een last van mijn schouders. Ik kan er meteen opgelucht een punt achter zetten, geen verhuizing voor mij naar de rand van de bewoonde wereld. Afgezien van het feit dat ik ook best benieuwd ben naar het lange antwoord, verheug ik me danig op dat afspraakje met een mooie jongedame. Sms'je retour: “Graag tot straks!”
Mijn onvoorspelbare leven: het was tot nu toe zo vaak anders dan gedacht. Waarom zou dat vandaag of morgen anders zijn? Het wordt wel weer wat ik niet verwacht, maar wat me toch overkomt.
Uiteraard ben ik weer te vroeg: ongerust om te laat te komen - een ouderdomsziekte! Het is mijn eerste kennismaking met dit prachtige historische pand. Op de kaart lees ik dat het in de 15e eeuw de woonst was van Margareta van Oostenrijk, landvoogdes van de Nederlanden en invloedrijkste vrouw van haar tijd voor kunst, cultuur en humanisme.
Even over zeven komt Suzy binnen. Wanneer ze me in het vizier krijgt, geeft ze weer die geweldige glimlach ten beste. Ik smelt. Op een elegante manier ploft ze neer en vraagt: “Is dit een gepaste locatie voor meneer?”
“Dat zal wel zijn,” replikeer ik, “en nog wel uit de tijd dat er van Nieuw-Zeeland nog geen sprake was.”
“Tja, vriend, toen was het dààr nog een aards paradijs. Nu is het ook een beschaafd land en kennen ze daar ook bureaucratische stoorzenders!”
We nemen elk een prosecco en delen een bordje tapas.
“Als ik je goed begrijp, kan ik dus met een uitgestreken gezicht zeggen dat ik mee verhuis, terwijl daar gegarandeerd niets van terecht kan komen?”
“Zo ongeveer, ja. Ik heb het speciaal voor jou opgezocht en grofweg samengevat komt het hierop neer. Direct met de familie mee verhuizen is uitgesloten. Bovendien kom je pas in aanmerking zodra zij zelf hun Resident Visa hebben en ze daar al 3 jaar wonen, met een stabiel inkomen.”
“Dat klinkt lekker negatief. Mag ik daar even op klinken? Santé!”
“Wacht, Marius, we zijn er nog niet. Na die drie jaar ouders laten overkomen is gebonden aan strikte quota, hoge financiële eisen en een lotingsysteem. Er wordt slechts een beperkt aantal visa per jaar verstrekt, en omdat er veel meer aanvragen zijn, kan het jaren duren voordat jouw lotje wordt getrokken.
Voor de volledigheid: zoals overal hebben mensen mét kapitaal een voetje voor. Als jij een paar miljoen Nieuw-Zeelandse dollars kan meebrengen, ja, dan wil men voor jou een uitzondering maken, en mag je er direct in. Dat is het zo ongeveer.”
“Ook ginder dus een graaiende overheid. Niets voor een simpele gepensioneerde. Dat filtersysteem met kleine gaatjes maakt wel dat jullie in de aquagym nog niet gauw van mij verlost zijn.
Voor jou ook nog een glaasje? Zeg maar ja: je zult het nodig hebben als ik je vertel wat ik bedacht heb om hen tegen te houden…”
H-9
Nadat we besteld hebben – Suzy een salade met geitenkaas en spekjes en ik een Caesar salad – haal ik een in vieren geplooid papier uit mijn binnenzak. “Ik hoop dat je mijn hanenpoten kan lezen: er komt sleet op de fijne motoriek.”
Suzy leest met volle aandacht. Af en toe fronst ze bij het moeilijk te ontcijferen geschrift. Dan laat ze de brief verbijsterd op tafel zakken en kijkt me ontgoocheld aan: “Marius,” zegt ze streng, “dit kan absoluut niet! Als dit echt is, als je dit wil opsturen, dan… dan heb ik me in jou vergist. Dit zou een gemene streek zijn. Ik ken je schoonzoon niet, het kan een schoft zijn of een fijne man, het is om het even, maar dit zou zijn leven en zijn toekomst verwoesten. En daarbij ook die van zijn vrouw en hun kind.”
Als bevroren luister ik naar de meedogenloze veroordeling. In een poging om mijn gezicht te redden, geef ik gauw wat extra uitleg: “Deze namiddag, na mijn happy hour – ik bedoel mijn middagdutje – kreeg ik plotseling een inval. Wat als ze ginds op de immigratiedienst een aanwijzing krijgen dat een kandidaat een misdaad op zijn kerfstok heeft? Waarschijnlijk kan die het dan wel vergeten, dacht ik. Suzy, wat je daar leest, zijn pure verzinsels, dat begrijp je toch? Ik wil Brecht geen kwaad doen. Ik wil enkel dat hij Christine en vooral Maartje niet van mij afpakt. Als zij vertrekken, dan ben ik hen definitief kwijt! Begrijp dat toch, alsjeblieft. Ik ben ten einde raad…”
Terwijl Suzy met één hand mijn kladbriefje verfrommelt tot een prop, legt ze de andere op mijn arm. “Beste Marius, ik begrijp je volkomen. Ik voel je pijn. Maar het is een geluk dat je dit eerst aan mij hebt getoond: Dit.Kan.Echt.Niet. De weerbots van zo’n aantijging zou een ongezien drama veroorzaken, en jijzelf zou ook niet ontsnappen: want na het feest komt de afwas.”
“Wat zeg je nu?”
“Dat is mijn vertaling van de Oosterse spreuk: ‘deugdzame daden leiden tot geluk, ondeugdzame tot lijden’. Of als je vindt dat Amerikanen duidelijker zijn: Karma is a bitch.”
Haar gezicht klaart op bij het verschijnen van onze slaatjes. Zelf ben ik haar evaluatie nog aan het verwerken en niet aan eten toe. Ze heeft natuurlijk volledig gelijk: mijn dochter houdt van haar man, mijn allerliefste kleindochter ziet haar papa graag, en ik stond op het punt om dat gelukkige gezinnetje ten gronde te richten.
“Hoe heb ik zo stom kunnen zijn? Het is niet te geloven. Ik kan wel door de grond zakken van schaamte. Ik voel me écht rot.”
Suzy gooit me een warme blik toe, eet snel haar mond leeg, dipt met haar servet haar lippen schoon en steekt haar glas in de lucht: “Laten we drinken op ons succes! Wij hebben net op tijd, samen de derde wereldoorlog voorkomen.”
Haar humor en een pittige knipoog doen me eindelijk weer ontspannen. Ik laat de glazen klinken en verbeter haar: “Samen? Nee, jij Suzy, jij verdient de Nobelprijs voor de vrede!”
H-10
“Dat was lekker en gezellig,” zegt ze bij het verlaten van De Margriet. “Zeker,” beaam ik, “behalve dan dat ik het aperitief compleet verpest heb voor jou. Ik vind het zo erg. Mag ik je nog uitnodigen voor een slaapmutsje?”
“Ik denk dat ik voldoende op heb, dankjewel. Maar we kunnen best nog wat slaapwandelen langs het Dijlepad. We moeten toch dezelfde richting uit.”
Een tijdje lopen we zwijgend over het drijvende wandelpad. Enkel onze voetstappen op de houten planken zijn te horen, ook af en toe een late vogel die nog wat te fluiten heeft, en op de achtergrond vaag stadsverkeer. Het is een mooie, rustige avond.
Net als ik me nog maar eens ten overvloede wil verontschuldigen, neemt Suzy het woord: “Weet je, Marius, wij hebben geen controle over alle gebeurtenissen die ons overkomen, maar we kunnen wel beslissen om ons er niet door te laten kwetsen. Neem nu jouw situatie: in plaats van je krampachtig vast te houden aan wat je hebt, zul je je beter voelen door extra te geven. Als ik jou was, zou ik proberen om een regenboog te zijn in de wolken van iemand anders, om het eens heel poëtisch uit te drukken.”
Ik durf haar niet te onderbreken, maar mijn adoratie stijgt met de minuut.
“Je beseft toch, Marius, dat het voor die drie jonge mensen ook afscheid nemen is, niet alleen van papa-opa, maar van vele dierbare mensen: familie, vrienden, oud-collega’s, hun vertrouwde thuis, lievelingsplekjes her en der, te veel om op te noemen. Hoe verschrikkelijk moet dat niet zijn! Klaag niet, maar steun hen. Doe er alles aan om de tijd die ze nog hier hebben extra fijn te maken. Stel niets uit. Niet vanuit het idee ‘morgen zijn ze weg en moet ik hier in mijn eentje sterven’, maar wel om onvergetelijke ervaringen te creëren waar zij ginder van kunnen nagenieten, en jij hier.
“Dat heb je heel mooi gezegd. Ik vind het straf dat een tachtiger zich een levensles moet laten spellen door een vijftiger.”
“Je moet niet overdrijven, lieve vriend: ten eerste ben jij nog geen tachtig, dat heb je zelf verteld, en ten tweede ben ik sedert een week net zestig. Toch bedankt voor het compliment, of moet je soms binnenkort op controle bij de oogarts?”
“Nee hoor, mijn zicht is nog tiptop. Net als jij overigens. Jammer dat ik moet afscheid nemen van jouw aangename gezelschap: we komen hier bij het Hof van Villers, mijn bescheiden woonst.”
“Goed, het wordt al laat. Ik moet nog een stukje verder. Bedankt, Marius. Ik vond het oprecht een fijne, en vooral een heel nuttige avond. Slaap lekker en tot gauw.”
Terwijl ik me naar haar toe een beetje buk, slaat ze haar beide armen fors om mijn nek. Ik verdrink in het bos blonde haren en snuif haar Chanel N°5 op tot diep in mijn longen. Wanneer ze me uit de bedwelming verlost, drukt ze een vluchtige kus op mijn lippen. “Slaapwel…,” zucht ze, en ze stapt dapper de nacht in.
Haar zoete geur blijft nog lang hangen, als een herinnering aan wat ik nog kan redden.
H-11
“Hallo, papa. Euh… ik had toevallig een springuur…”
“En jij dacht: ik spring eens binnen bij mijn schoonvader. Geweldig, Brecht. Dat is een primeur, jongen. Kom erin.”
Al negen of tien jaar getrouwd met mijn dochter, heb ik deze man nooit anders dan aan de zijde van Christine gezien. Letterlijk. En nu staat die hier aan mijn deur, helemaal alleen!
“Wil je een kopje koffie? Ach nee, natuurlijk niet, jij lust mijn oploskoffie niet, dat is waar. Iets anders? Ook niet? Oké, vertel me dan maar waaraan ik de eer te danken heb.”
“Wel, euh… misschien vooraf even zeggen dat Christine niet weet van dit bezoekje. Ik vermoed dat ze het niet euh… gepast of zo zou vinden. Maar ik dacht: ik moet dit doen, voor de goede zaak.”
“Je maakt me razend benieuwd. Vertel.”
“Wel, zoals u kunt vermoeden, gaat dit over Nieuw-Zeeland. Terwijl de administratieve molen draait, zitten wij natuurlijk niet stil. We hebben de afgelopen tijd het woningenaanbod zitten uitvlooien en om eerlijk te zijn, de prijzen vallen toch wat tegen. Buiten de steden: geen probleem. Maar in de centra, in de buurten met goede scholen voor Maartje, loopt het erg op. Vooral als je zoekt naar een huis met minstens vier slaapkamers.”
“Als ik je even mag onderbreken, Brecht, vier slaapkamers? Plannen jullie dan toch nog een gezinsuitbreiding?”
“Nee hoor. We houden het bij eentje. De extra kamers voorzien we voor de grootouders. Mijn ouders zijn alvast enthousiast om mee te emigreren. En u bent ook welkom, vanzelfsprekend. Maartje zou niet liever willen.”
“Ach, Brecht. Je maakt je zorgen om niets: deze oude boom wordt niet verplant. Je kan dus rustig al één slaapkamer schrappen. En wat betreft jouw papa en mama: die willen graag mee, maar zullen veel geduld moeten hebben eer ze jullie mogen volgen. Dat heb ik uit welingelichte bron. Ik zou zeggen: zoek een bescheiden huisje met twee slaapkamers om te starten. Je kan later nog iets groters zoeken.”
“Ja, ja, ik begrijp uw standpunt. Maar zelfs de kleinere woningen in de steden vallen niet direct binnen ons budget. Daarom had ik zo zitten denken: euh… u zit hier prima in deze mooie studio, terwijl u nog uw vroegere huis hebt aangehouden. Misschien valt het te overwegen om dat te verkopen en, als ik zo vrijuit mag spreken, misschien kunt u Christine’s erfdeel vooraf schenken? Dat zou een enorme hulp zijn. Begrijpt u?”
“Wow, nu begrijp ik dat je haar niet hebt verteld wat je tijdens je springuur ging doen vandaag. Omdat jij zo vrank de vraag stelt, zal ik ze even vrank beantwoorden. Dat ik mij deze aangename assistentiewoning kan permitteren, Brecht, is niet dankzij mijn pover pensioentje, maar wel dankzij de verhuur van mijn huisje. Jouw ideetje is dus zeker geen win-win, want het zou betekenen dat ik hier niet kan blijven wonen. Dus, meester, ik kan helaas jouw examenvraagstuk niet oplossen.”
De fluwelen uitdrukking die hij had bij het binnenkomen is stilaan overgegaan in een hard masker. Ik krijg vreemd genoeg geen inhoudelijke reactie op mijn antwoord. Hij neemt zijn portefeuille en haalt er een naamkaartje uit: “Ik begrijp dat mijn voorstel u overvalt, maar u kunt er nog eens rustig over nadenken. En wat de juridische of technische aspecten betreft, kunt u steeds te rade gaan bij deze notaris; zij is op de hoogte van ons project.”
Ik neem het crèmekleurige kaartje in ontvangst en laat hem uit. Hij moet zich haasten: zodadelijk begint het volgende lesuur...
Good riddance.
H-12
Als ik de wachtkamer binnenkom, ben ik alleen. Prima: ik ben de laatste patiënt, zoals ik had gehoopt. Hoewel lichtelijk nerveus probeer ik doodgemoedereerd en nonchalant te bladeren in de folders over allerhande fysieke aangelegenheden, van hulp bij verslavingsproblemen tot zwangerschapsyoga.
De deur zwaait open en de voorlaatste verlaat de behandelkamer. “De volgende: Nic Marijnissen!” roept een vertrouwde stem. Ik sta op en ga naar binnen.
“Papa?”
“Also known as Marius Nijs,” grap ik, en sluit de deur. “Dag, liefje. Excuseer voor het naamspelletje. Ik ben de laatste voor vandaag, én de makkelijkste, want ik hoef geen fysiek onderzoek, geen behandelplan, niets te kraken of te masseren. Enkel een ernstig gesprek, als het kan?”
Na een zoen zetten we ons neer en kijken we elkaar diep in de ogen. Het gesprek is daarmee al begonnen, woordeloos. Ze toont me een glimlach, maar ik zie de uitputting die het verbergt. Ze zucht en zegt: “Begin jij maar…”.
“Oké. Laat het me zo eerlijk en helder mogelijk formuleren, maar weet dat ik het beste met jullie voor heb. Ook al ga ik misschien minder prettige dingen zeggen, ik zie jullie graag.”
Christine kijkt zorgelijk en zet zich schrap.
“Je weet al dat ik in mijn hart geen supporter ben van het hele Nieuw-Zeeland-project. Om alle misverstanden te voorkomen, wil ik je verzekeren dat ík niet emigreer. Niet dit jaar, niet volgend jaar, nooit. Ik blijf hier waar ik me thuis voel. Voilà, dat moest ik eens letterlijk gezegd hebben. Dat is het eerste onderwerp.”
Ze houdt haar lippen stijf op elkaar en wacht op het vervolg.
“Punt twee gaat over jouw liefste dochter. Die heeft vanaf de dag dat jij haar op de wereld hebt gezet mijn hart gestolen. Je kon mij geen groter plezier doen met de vraag om het pendelen naar school en de voor- en nabewaking voor mijn rekening te nemen. Maar vandaag zit ik in een lastig parket: jij en Brecht willen dat ik zwijg over hét Project, terwijl ik overtuigd ben dat het beter zou zijn om Maartje nu al te betrekken bij de plannen, zodat ze de nodige tijd krijgt om het nieuws te verwerken, om aan het idee te wennen, en met mondjesmaat afscheid te beginnen nemen van vriendjes en lievelingsplekjes. Ik weet het wel, de verhuizing is nog niet voor morgen, maar om de emotionele impact voor haar te verzachten, is een ruime aanlooptijd een must. Door een vertrek zonder fatsoenlijke voorbereiding zal Maartje al het vertrouwen verliezen, en ook haar gevoel van veiligheid. Het zal haar gegarandeerd in de psychische problemen storten. Ik hoop dat je dit wil inzien.”
“Ach, papa lief, ik weet dat je dit goed bedoelt, en ik geloof echt dat je gelijk hebt, maar… zie je, Brecht vindt dat eerst alle papieren in orde moeten zijn, voor we Maartje met het nieuws belasten. Ik denk ook dat ze het beter wel al zou weten, maar… Brecht is de pedagoog in huis. Hij is overtuigd van zijn gelijk. Dat is nu eenmaal niet onderhandelbaar. En, papa, alsjeblieft, vertel het haar niet tegen zijn uitdrukkelijke wens in. Ik wil de spanning niet zien oplaaien.”
Wat een bekentenis. Het wordt me steeds duidelijker dat mijn dochter in een ongezond huwelijk gevangen zit. Als man en vrouw niet in gelijkwaardigheid kunnen overleggen, dan zit het goed fout. De situatie is erger dan ik dacht. Hier en nu besluit ik mijn derde onderwerp te laten rusten: dit kan er momenteel voor haar niet meer bij.
“De tijd van de patiënt zit erop, mevrouw Nijs. Toch wil ik nog een keer benadrukken dat ik, zo goed als ik kan, jullie wil helpen. Echt waar. Ik ben blij dat we dit gesprek hebben gehad, maar jij ziet er heel moe uit. Je bent nu aan rust toe, lieve schat.”
“Ik had de indruk dat er nog een derde punt ging komen?”
“We spreken binnenkort weer af… en dan praten verder. Ga nu gauw naar huis. Bye!”
H-13
Vanmorgen is Maartje zichzelf niet. Ze is heel onrustig. Ze let niet op. Vergeet bijna haar brooddoos. Ze hoort me niet...
“Maartje, Maartje, waar is dat hoofd van jou vandaag mee bezig? Als ik je niet de hele tijd zou bijsturen, loop je vast de verkeerde kant op. Scheelt er wat?”
Een antwoord laat lang op zich wachten, en wanneer het er eindelijk uit floept, is het bijzonder verrassend.
“Ben jij weleens verliefd geweest, opa?”
“Oe, ja, zeker! Ik ben heel verliefd geweest toen ik oma leerde kennen. Maar dat is al een hele poos geleden. Waarom vraag je dat? Ben jij vandaag misschien een beetje verliefd?”
“Ja, ik denk het. Nee, ik weet het zeker. Ik ben op Dimitri. Dat is een jongen in mijn klas. Hij is nieuw. Hij is vluchteling, net als zijn papa, zijn mama en zijn zusje. Ze zijn gevlucht voor de oorlog in Oekraïne. Hij praat niet veel, omdat hij nog veel Vlaamse woorden moet leren. Hij heeft pikzwart haar en mooie donkere ogen.”
“Aan de beschrijving te horen heb je hem al goed zitten bekijken. Maar hoe weet je nu dat je verliefd op hem bent? Misschien is wat je voelt eerder medelijden of vriendschap?”
Maartje denkt diep na. Ik vind het aandoenlijk hoe ernstig ze lijkt af te wegen met welke gevoelens ze precies te maken heeft.
“Ik denk wel dat ik verliefd ben, opa. Vriendjes of mensen waar ik medelijden mee heb, die zitten niet de hele tijd in mijn hoofd. Dimitri wel. Ik denk aan hem als ik wakker word, dan de hele dag door, en ik denk nog aan hem als ik ga slapen.”
“Tja, dat lijkt me dan wel te kloppen. En, ga je het hem vertellen?”
“Maar opa, ik kan toch geen Oekraïens. En hij begrijpt nog niet genoeg Vlaams. Dus ik kan het hem niet zeggen. En ik kan hem ook geen briefje schrijven, wat de meeste kinderen in zo’n geval doen. Hij kan ook nog geen Vlaams lezen. Ik zit ermee en het maakt me verdrietig.”
“Misschien weet ik een oplossing, Maartje.” Haar gezicht klaart meteen op, en ik vervolg: “Heb je al eens op mijn mobieltje, of bij mama of papa, berichtjes gezien met icoontjes erin? Je weet toch wat ik bedoel? Die kleine plaatjes, emoji’s, smileys, picto’s, of hoe noemen kinderen dat? Kijk, hier zie…”
“Ah, ja! Die tekeningetjes van lachende of boze gezichten en van hartjes, en zo?”
“Precies, die. Je zou je briefje kunnen tekenen met dergelijke plaatjes in plaats van met woordjes. Dan weet je zeker dat hij het begrijpt.”
“Dat vind ik nu een heel goede oplossing, opa. Jij bent de slimste opa van de hele wereld! Bedankt. Doei!”
Ze laat mijn hand los en loopt de school binnen om zo snel mogelijk rond te hangen in de buurt van Dimitri.
Ik blijf nog wat aan de poort staan lanterfanten en luister naar de kosmische soep…
H-14
“Marius, Marius! Jij hebt er verstand van om een vrouw met smaak te verleiden: een kaasschotel van Schockaert. Mmm! Toen ik je berichtje ontving dat je me dringend wou spreken, kon ik niet vermoeden dat hier enkele perfect gerijpte kazen, met confituur, fruit en nootjes als garnituur, tot het gezelschap zouden behoren.”
“Oei, een momentje, Suzy… ik was bijna Le Pain Quotidien en de gezouten karneboter vergeten. Ik heb alvast een Rioja geopend en laten ademen. Ziezo, dan denk ik dat we er klaar voor zijn. Mag ik je bedienen?”
“Laat maar komen, monsieur le fromager! Waar heb ik dat allemaal aan verdiend eigenlijk?”
“Geniet maar eerst, het serieuze werk komt later…”
En of Suzy het zich laat welgevallen. Ik heb me niet vergist in de inschatting dat zij culinair zich niets tekortdoet. Zelf, geen grote eter, geniet ik zowel van de verzorgde kaastafel en het gezelschap als van de zon die de huizen op de Haverwerf in een rode gloed zet.
Het is best prettig kletsen met Suzy. Ze is een geboren luisteraar én een gedreven verteller. Geamuseerd vergelijken we onze reisanekdotes en de ‘vroeger was alles beter’-herinneringen. Zelfs gedurfde politieke commentaren schuwen we niet. Het is lang geleden dat ik met iemand zo geweldig op dezelfde golflengte zat. Haar inzicht in het maatschappelijke gebeuren, gecombineerd met gezond verstand en veel humor, maakt haar tot de adviseur die ik zoek.
“Ik ruim even af, als ik mag, want ik zit niet graag op de kruimels.”
“Laat me toch een handje toesteken.”
“Nee, het is zo gepiept – en daarna kunnen we meteen ter zake komen. Kijk jij ondertussen maar naar mijn snuisterijen en zo…”
Wanneer alles in de keuken aan kant staat en ik terug in de leefkamer kom, staat Suzy onbeweeglijk als een standbeeld. Ze houdt haar arm gestrekt naar mij toe, met tussen duim en wijsvinger dat crèmekleurige naamkaartje.
“Marius,” vraagt ze op strenge toon, “heb jij iets met dat mens te maken?”
H-15
“Nee. Ik ken die dame niet. Of, misschien moet ik zeggen: nog niet. Enfin, ik weet het niet. Mijn schoonzoon stopte dat in mijn hand en zei zoiets als: ‘Voor de juridische aspecten kan je te rade bij deze notaris, zij is op de hoogte van ons project’. Dat heeft te maken met de kwestie die ik met jou wil bespreken.”
Met gedragen stem vertelt Suzy: “Haar vader, Yuri Borisov, heeft de dood van mijn man op zijn geweten. Deze Natalia Borisova is zijn dochter. Ik kan je alvast één goede raad geven: blijf zo ver mogelijk uit de buurt van deze mensen! Zo dadelijk meer, maar vertel me eerst eens hoe je aan haar naamkaartje komt.”
“Je weet dat het gezinnetje van mijn dochter emigratieplannen heeft. En ook dat ik daar niet genegen toe ben, zozeer dat ik, zonder jou, bijna domme dingen had gedaan om hen tegen te houden. Goed. Gisteren kreeg ik onverwacht bezoek van Brecht, alleen, dat was nooit eerder gebeurd! Hij kwam me aansporen om mijn oude huis, dat ik verhuur, te verkopen en daarmee Christine vooraf haar erfenis te geven. Op die manier zouden ze interessantere opties bekomen voor hun toekomstige woonst. Toen ik reageerde dat ik zonder die maandelijkse huur me dit appartementje niet langer kan permitteren, gaf hij me dit kaartje en een duwtje in de rug om bij die notaris advies in te winnen. Meer is er niet. Ik kan je wel nog vertellen dat ik me door mijn schoonzoon nu lichtelijk gechanteerd voel. Hopelijk kan je me weer gepaste raad geven.”
“Dat Brechtje lijkt me geen heilig boontje, Marius. Luister maar eens naar het volgende stukje vaderlandse geschiedenis. Mijn man zaliger, Joseph Rombaut, was een gerespecteerd notaris, tot de dag dat de heer Borisov uit Wit-Rusland zich in Brussel vestigde en zich uitgaf voor… jawel, notaris Rombaut.”
“Wat? Dat kan toch niet? Wie trapt daar nu in?”
“Je zou ervan verschieten, Marius, hoeveel indruk het maakt op gewone mensen wanneer iemand zichzelf voorstelt als notaris. Uiteraard is de titel beschermd en is het strafbaar om onterecht aanspraak te maken op die ambtsfunctie. In een statig herenhuis vlakbij de Avenue Louise huurde hij een chic kantoor. Daar ontving Yuri, samen met zijn lieftallige echtgenote Elena, talrijke argeloze cliënten, regelde de verkoop van hun huizen op vervalste documenten, incasseerde bij de kopers de vereiste voorschotten en saldo’s, en verdween vervolgens met de spreekwoordelijke noorderzon.
De gedupeerden, waaronder nogal wat nieuwe Belgen, waren in alle staten en richtten hun pijlen op notaris Rombaut – de échte dit keer – want op alle documenten prijkte het briefhoofd en de coördinaten van mijn man. Joseph heeft de lawine aan rechtszaken niet overleefd.”
“Afschuwelijk, zeg. Heeft men die Borisov kunnen vatten?”
“Er bestaat geen uitleveringsverdrag met Wit-Rusland, en de autoriteiten in Minsk maken zich niet moe omwille van een vastgoedfraude in het onbenullige België.”
“En hebben ze na het overlijden van je man jou met rust gelaten?”
“Ik heb ook flink mijn deel verwijten en bedreigingen gekregen. Gelukkig heeft het gerecht het notariaat van alle schuld vrijgepleit. Sindsdien kan ik onder mijn meisjesnaam rustig verder leven. Ik heb ons huis verkocht en ben hier komen wonen, dicht bij mijn werk en het zwembad.”
“Wat een triest verhaal, Suzy. En wat erg voor al die mensen die hun spaarcenten kwijt zijn gespeeld. Maar wat moet ik nu denken van Brecht en die Natalia?”
“Wat mevrouw Borisova betreft, vermoed ik dat zij met haar partner, die Dzhabiev volgens het kaartje, het spelletje van papa Yuri nog eens wil overdoen. Die kantoren in Berlijn en Brussel zullen nep zijn; het advies dat ze jou wil geven laat zich raden. Het resultaat wordt dan ongetwijfeld: Marius verliest zijn huis, koper X zijn centen, en jouw lieve dochter haar erfenis. Dat is mijn gokje.”
“Maar dat verklaart nog niet waarom Brecht probeert me daar warm voor te maken.”
“Die is er waarschijnlijk domweg ingetrapt op zoek naar geld. Net als haar vader zal Natalia via-via reclame maken voor snelle deals. Naïeve mensen in geldnood zijn daar gevoelig voor. Vraag het hem gewoon. Je bent goed voorbereid om een vals antwoord te herkennen.”
“Echt, ik kan je niet genoeg bedanken voor je hulp, Suzy. Merci.”
Op mijn terrasje drinken we staande nog een laatste borreltje onder een heldere sterrenhemel. Beneden stroomt stil en traag de Dijle voorbij.
H-16
Ik heb vannacht geen oog dichtgedaan. Of zo lijkt het toch. Ik ben hondsmoe van het piekeren. Die hele affaire van Brecht hangt als een donkere wolk boven mijn hoofd. Suzy heeft gelijk: ik moet me verdedigen, ik moet ze een stap voor blijven.
Op basis van mijn nachtelijk denkwerk maak ik een to-dolijstje, en drink intussen mijn ochtendkoffie. Alleszins moet ik aan Brecht en Christine duidelijk maken dat ik niet zal verkopen. De vraag is: neem ik ze tezamen of apart? Moet ik mij schuldig voelen als er in hun huwelijk een vertrouwensbreuk volgt op de onthulling van de achterbakse manipulaties? Dat wil ik nog verder overdenken. Eerst moet ik een notaris vinden, een echte, die mijn situatie kan beschermen. Gelukkig zijn er enkele notariaten in de buurt. Eens kijken of ze een oude man zonder afspraak willen te woord staan.
“Goedemorgen, mevrouw. Heb ik het notariaat Houtman aan de lijn? Goed, ik zou graag een gesprek met de notaris willen. Zo spoedig mogelijk... Volgende week pas? Nee, nee, vroeger alstublieft, het is werkelijk dringend! U moet weten, mevrouw, ik wil mijn huis niet verkopen, maar word onder druk gezet om het wel te doen. Vandaar dat ik de hulp van de notaris wens in te roepen… Om twee uur. U bedoelt toch vandaag om twee uur? Prima! Ik zal er zijn, mevrouw. Bedankt.”
Ziezo, actienummer één ligt al vast. Actie nummer twee: de bib. Tijd voor een flinke ochtendwandeling.
In de bibliotheek van het Predikheren wijst een vlotte jongeman – “Hallo, ik ben Jo.” – de weg naar het gedigitaliseerde krantenarchief. Alsof hij mij beschouwt als zijn eigen grootvader, legt hij secuur uit hoe ik te werk moet gaan: “Kijk, meneer, hier tikt u een of meer zoektermen in… Zegt u maar iets… Fraude? Oké, en notaris, en Borisov. Oké. Kent u toevallig ook de datum van de gebeurtenis? Nee? Geen erg... Kijk, zelfs zonder datum heeft u hier al direct de resultaten.”
Hij staat te glunderen. Ik vraag hem of hij ook wat van die artikelen kan uitdrukken, en weer word ik op mijn wenken bediend. Ik keer huiswaarts met een schat aan bewijzen om Brecht op betere gedachten te brengen. Nu gauw een snelle hap en dan naar de notaris.
“Mijn beste heer Nijs, laat mij u eerst geruststellen: er is nog niets gebeurd om u zorgen over te maken. U heeft goed gereageerd door uw schoonzoon te zeggen hoe u over zijn voorstel denkt. Wat u mij in feite vraagt – uw huisje ‘reservé’ maken voor dit kantoor – kan helaas niet. In ons land is de keuze van notaris immers vrij. Wat ik wel kan doen, is uw wens in het dossier noteren en daar gevolg aan geven wanneer familieleden met ons contact zouden opnemen Uw juridische bescherming ligt niet bij uw notaris, maar bij uw eigendomsrecht en uw wilsbekwaamheid.”
“Ik denk wel dat ik het nu begrepen heb, notaris. En als u dan zo vriendelijk wil zijn om mijn testament en een zorgvolmacht op te stellen met de details die we hier hebben besproken, dan zal mijn nachtrust zeker verbeteren.”
“Daar gaan we voor zorgen. Wat betreft uw verhaal over die Natalia Borisova en het vermoeden van criminele praktijken: dat is een andere kwestie. Heel delicaat. Zonder bewijzen valt er niet veel juridisch resultaat te behalen. Ik heb het naamkaartje en uw fotokopieën laten kopiëren. Ik ga daar een keer mee naar mijn vriend, de hoofdcommissaris, voor een discrete babbel. Als u volgende week uw akte komt tekenen, weet ik misschien al iets meer. Mijn medewerkster gaat u buiten laten. Tot ziens.”
H-17
Wanneer ik met Maartje na schooltijd naar huis wandel, lopen we toevallig een winkelende Suzy tegen het lijf. Ze geeft de grootste van ons twee een kus op de wang en buigt zich dan naar de kleinste: “En deze flinke meid zal wel Maartje zijn.”
“Ja mevrouw,” antwoordt ze beleefd, om vervolgens uit haar rol te vallen: “Ben jij het liefje van mijn opa?”
Als een kleine jongen voel ik me betrapt. Alsof ik iets voor mijn kleindochter had verzwegen. Suzy en ik wisselen blikken vol twijfel, maar zij is weer ad rem. “Ik ben een vriendinnetje van jouw opa. Dat vind ik al heel fijn… en verder – wat niet is, kan nog altijd komen.” antwoordt ze aan Maartje, met een knipoog bovenop.
“Hoe ver sta jij met je liefdesverklaring?” vraag ik om de aandacht te verleggen naar onschuldiger terrein.
“Ik had een briefje gemaakt met ‘Dimitri’ van boven geschreven en met ‘Maartje’ van onder. Daar tussenin had ik een rood hartje getekend, een groen klavertjevier en een lachend gezichtje. Tijdens de speeltijd stond hij weer alleen aan de kant en heb ik mijn briefje gegeven.”
“Spannend! En dan? Je maakt ons nieuwsgierig. Wat heeft hij gezegd?”
“Hij heeft het gelezen. Dat duurde heel, heel lang, en toen hij het begreep, heeft hij naar mij gelachen en geknikt, en het briefje in zijn broekzak gestopt. De rest van de speeltijd keek hij verder naar de voetballende jongens, maar nu met een glimlach. En ik ben naast hem blijven staan.”
Voor ik iets kon zeggen, was Suzy me weer voor: “Gefeliciteerd met je eerste lief, Maartje. Dat heb je goed aangepakt met zo’n heldere boodschap.”
“De picto’s was een idee van opa. Dimitri kent nog niet veel Vlaamse woorden. Zonder die tekeningen had hij het niet begrepen. Maar nu wel.”
“Ik heb ook een leuk idee,” kletst Suzy verder. “Je zou hem kunnen verrassen door een paar woordjes in zijn taal te leren. Waar komt de jongen vandaan?”
“Gevlucht uit Oekraïne.”
“O, uit Oekraïne. Daar spreekt men Oekraïens: dat ga ik even opzoeken met mijn mobieltje…”
“Euh, lieve dames, jullie zijn zo gezellig bezig dat jullie vergeten dat er iemand bijstaat die erg naar een zitplaats verlangt. Of we gaan nu naar huis, of we gaan een ijsje eten. Wat zal het zijn?”
“O, kijk, ik heb het al Maartje: ‘Goedemorgen, Dimitri’ wordt ‘Dobryj rankoe, Dmitro’. Dat is niet makkelijk om tot morgen te onthouden. Ik zal het voor je opschrijven…”
Zonder mijn aandringen zouden we daar nog steeds op straat staan. Nu zitten we met zijn drietjes naast elkaar te likken van Magnum-ijssticks. Weer een extra souvenir om bij mijn herinneringen op te slaan.
H-18
Met de notariële afhandeling van testament en zorgvolmacht voel ik me een flink stuk geruster. De notaris wacht een ogenblik tot zijn medewerkster de kamer heeft verlaten en brengt me dan op de hoogte van de zaak Borisova.
“De hoofdcommissaris wist onmiddellijk wie Yuri Borisov was. In die tijd was hij bij de Federale Gerechtelijke Politie en hij heeft nog deelgenomen aan huiszoekingen in dat verband. Ik kan u dus bevestigen, meneer Nijs, dat u te maken heeft – of beter – dat uw schoonzoon te maken heeft met de dochter Natalia en haar kompaan Mikhail Dzhabiev. Als notaris heb ik het beroepsgeheim te respecteren, maar tegelijk heb ik ook meldplicht in fraude- en witwasdossiers. Zoiets gaat uiteraard niet via de wijkagent of zelfs niet via een commissaris. Ik heb ons vermoeden, zoals het hoort, officieel gemeld via het CFI, de Belgische Cel voor Financiële Informatieverwerking. Die hebben de betrokkenen per direct in digitale en fysieke surveillance gezet. Wij hebben onze burgerlijke plicht volbracht. Meer kunnen wij niet doen, nietwaar, meneer Nijs?”
Verdorie, bijna tien uur. Zo snel als mijn benen – en mijn hart – nog kunnen, haast ik me naar het zwembad. Een kwartier later dan de dames plons ik het bad in. De glimlach op mijn gelaat is zoals steeds voor de complete harem bedoeld: Suzy en ik zijn – voorlopig – nog geen item voor de roddels, die onvermijdelijk zullen komen. Ik doe mijn uiterste best om de instructies correct uit te voeren en voel me als een vis in het water.
Na afloop van de aquagym ben ik weer lekker moe in de benen. De vele trap-, strek- en hefoefeningen onder water geven een licht branderig gevoel, maar dat is meestal na een uurtje weg. Thuis kijk ik mijn gsm na, en ja hoor: een bericht van Suzy. Ze had bij het buitenkomen discreet zo’n seintje gegeven met duim en pink naast haar oor. Geen verrassing dus. Ze nodigt me uit voor de lunch bij haar thuis, want ze wil “nieuws van het front!”. Haha, op en top een nieuwsgierige vrouw. Een blik op de klok geeft me gelukkig nog de tijd om me netjes om te kleden. Het is mijn eerste “ten huize van”…
Het appartement van Suzy oogt indrukwekkend. Het hangt vol kunstwerken, in een harmonieus kleurenpalet. Duidelijk ingericht door iemand met een uitmuntende smaak en een stevig budget.
“Wow, mevrouw Rombaut, dit oogt werkelijk als een koninklijk paleis, een dame van uw niveau waardig.”
“Correctie nummer één, meneer Nijs, het is niet mevrouw Rombaut, maar mevrouw Jans. Correctie nummer twee: dit is geen paleis maar de woonst van iemand die zich graag met mooie dingen omringt. Ik ben mijn hele leven al geïnteresseerd in de Belgische schilder- en tekenkunst, vooral de periode na de Tweede Wereldoorlog. Je vindt hier vooral werk van de hoogwaardige figuratieve traditie: Neels, Mechiels, Duverger, Devolder, Smits. Kunstenaars die de band met het métier en de zichtbare werkelijkheid hebben behouden, wars van radicale experimenten.”
“Ik sta helemaal perplex.”
“Goh, excuus Marius, als ik eenmaal begin, ben ik niet meer te stoppen. Kom, we gaan aan tafel, de kunst gaat niet lopen.”
“Ik weet niet in welke richting ik eerst moet kijken, Suzy. Alles is zo esthetisch, en toch zo gezellig. Mijn hoed af voor de inrichtster! Hmm, pasta. Heerlijk!”
“Ja, een koude pastaschotel met frisse groentjes: komkommer, tomaat, paprika en een lichte dressing op basis van yoghurt. Als jij de wijn wil uitschenken, vul ik intussen onze borden.”
“Met veel plezier. O, een Italiaanse Pinot Grigio, dat zal smaken. Trouwens, bedankt voor de uitnodiging. Ik voel me zeer vereerd. Bon appétit!”
“Smakelijk, Marius… en ik hou je niet tegen om tussendoor te vertellen wat je bij de notaris hebt vernomen.”
H-19
Nadat ik letterlijk met mondjesmaat mijn relaas heb kunnen volbrengen, kijkt Suzy me weer met die strenge blik aan. “Ik mag hopen dat die Houtman geen praat voor de vaak verkoopt. En dat de politie met hun observaties die maffiabende kan klissen en opsluiten. Het zou een kleine genoegdoening zijn voor al de miserie die de familie Borisov mij heeft aangedaan. Bedankt voor de moeite, Marius. Laten we klinken op hoop voor gerechtigheid.”
In meditatieve stilte drinken we de frisse witte wijn helemaal op. Haar gewichtloze hand rust boven op de mijne. Geen idee hoelang die daar al ligt. Een aangename warmte dringt in mijn huid en maakt mijn hart week. Ik kijk Suzy aan, ze lacht en fluistert: “Tijd voor de siësta.” Ze staat op, houdt mijn hand stevig vast en leidt me naar de slaapkamer.
Nog voor ik kan rondkijken – de kunstwerken gaan niet lopen – duwt ze me zacht op het bed. Ze buigt zich over me heen, neemt mijn hoofd tussen haar beide handen, sluit haar ogen en kust me. Ze kust me zoals ik nooit eerder ben gekust: teder, met passie, zonder einde. Ik sla mijn armen om haar heen en trek haar mee. Haar vrouwelijke vormen drukken zacht op mijn hongerend lichaam, ze wekken mijn slapende lusten en omhullen me als een mantel van liefde.
Wat er vervolgens gebeurde, is onbeschrijflijk, iets waarvoor ik geen woorden heb. Ik was net op de leeftijd dat men denkt: ‘Jammer, dit soort genot is niet meer voor mij weggelegd’. Maar Suzy heeft mij deze namiddag meer geluk geschonken dan de hemel ooit kan evenaren.
Nieuw-Zeeland en Wit-Rusland zijn ver weg. Ik voel me nu zalig uitgeput. Ergens in de buurt blaft een hond. Het is het laatste dat ik hoor, voor ik wegzak in het drijfzand van de slaap, met in mijn armen een droom van een vrouw.
Wanneer ik uit het onbewuste terugkeer, lig ik nog steeds in bed. Buiten is het al donker. Naast me ligt niemand meer: heb ik dit gedroomd? Ik denk het niet. Naast me ligt wel een schone badhanddoek en een washand: een goed verstaander heeft geen tekst en uitleg nodig.
In het spaarzame licht van een nachtlampje kijk ik rond: een slaapkamer als een museum. Het ene naakt al mooier dan het andere. Naast de deur van de gang vermoed ik de badkamerdeur. Bingo.
De warme douche spoelt de afgestorven cellen van mijn oude lijf weg. Ik voel me vandaag herboren.
H-20
Suzy en ik voelen ons beiden gezegend met een nieuwe start. Hoewel nog pril, lijkt onze relatie een degelijke kans op slagen te hebben. En ondanks de roes van de emotionele en fysieke versmelting hebben we de nacht gescheiden doorgebracht, ieder in het eigen vertrouwde bed. We zijn geen jonge veulens meer die geen seconde het liefdesspel kunnen missen. Oude zielen, gerijpt als goede wijn, zijn tevreden om zich met mate te laven aan de bron van de liefde.
Terwijl ik nog aan de ontbijttafel zit, kondigt een sms’je zich zoemend aan. Suzy wellicht. Nee, Christine: of ik om half een op het terras van Otomat een hapje wil delen met haar en Brecht?
Ik sein terug: “I’ll be there!”
Vanzelfsprekend begint de molen in mijn brein op volle toeren te draaien. Wat is er zo dringend? Waarom komt Brecht mee? Gaat het over Nieuw-Zeeland… of wankelt hun huwelijk, wat ik al een tijdje heb zien aankomen. Brecht, de manipulator. Het is geweten dat elke relatie onder controle staat van de persoon die het minst om de ander geeft. Een echtscheiding zou ik niet betreuren, want dan blijven mijn twee meisjes dicht in de buurt…
Haar bericht met “Oké, tot straks.” onderbreekt mijn niet zo nette gedachtestroom. De koud geworden koffie is niet meer te genieten en ik ruim af. En wéér een berichtje! Suzy: of ik zin heb om samen te lunchen. Ik bel haar meteen en vertel over de afspraak met de kinderen. Ik vraag haar om mee te gaan. We overleggen of dit ‘introduceren’ niet te vlug gaat, maar laten al gauw onze gevoelens primeren op wat maatschappelijk wenselijk zou zijn.
Wanneer wij het terras op de Vismarkt naderen, zien we de kinderen reeds zitten. Hun ogen wijd open, hun monden nog net niet. Dit is wel het laatste dat ze hadden verwacht: hun vader, arm in arm, met een stijlvolle dame. De begroeting is min of meer hartelijk, of eerder wat gereserveerd. Ik kan hun dat niet kwalijk nemen. Om het ongemak enigszins te verzachten, maak ik wat grapjes over de gezondheidsvoordelen van aquagym en over de garantieclausules bij een LAT-relatie. Ten slotte stel ik hen gerust dat Suzy op de hoogte is van wat ons allen bezighoudt.
Om geen tijd te verliezen; ze moeten immers allebei terug aan het werk, vat Christine de koe bij de horens. “Nieuw-Zeeland,” zegt ze, “staat bekend om zijn strenge immigratiesysteem gebaseerd op punten. Een enkele misser kan de hele aanvraag laten mislukken: geen geldig baanvoorstel, een medische aandoening, onvoldoende financiële middelen, zelfs de leeftijden spelen een rol. Wist je dat dertigers lager scoren dan twintigers? Dat is toch niet te geloven! Kortom, obstakels genoeg om het minimale puntenaantal niet te behalen.”
Na de vurige inleiding gaat ze op hetzelfde elan verder. Dat het al een lijdensweg van maanden is geweest: eerst de moeizame erkenning van haar diploma, dan de wisselende voorwaarden gesteld door de gecontacteerde scholen, enzovoort. Nu ze die drempels hebben overwonnen, blijft er desondanks nog een puntentekort, omdat ze niet kunnen aantonen voldoende kapitaal te hebben voor de opstartkosten. En om maar meteen de olifant in het midden van de tafel te zetten: of papa alsjeblieft hen daarbij zou kunnen helpen?
Terwijl de dienster onze pizza’s aanvoert, slik ik mijn teleurstelling in: geen reisannulering, geen scheiding - pech. Vooruit, Marius, jouw beurt: het is nu of nooit; klinkt het niet, dan botst het maar!
“Om te beginnen wil ik jullie feliciteren met jullie wilskracht en doorzettingsvermogen om al zover te zijn geraakt. Die financiële eisen van het gastland zijn vanuit hun standpunt natuurlijk begrijpelijk. Het zou mooi zijn mocht je die laatste hindernis ook nog kunnen overwinnen.”
Ik kijk nog even aarzelend in de richting van Suzy, die mij aanmoedigt met een onzichtbaar hoofdknikje.
“Toen Brecht me onlangs vroeg om mijn huis te verkopen en jou je erfenis vooraf te schenken…”
“Wat?” Christine staart ongelovig naar haar echtgenoot, die met een rode kop in zijn bord iets lijkt te zoeken tussen de chorizo en de olijven. Ze geeft hem met haar elleboog een stomp in de zij en herhaalt: “Wat heb jij papa durven vragen?”
“Rustig, Christine, jouw man heeft dat te goeder trouw gedaan en ik neem hem dat niet kwalijk. Ik heb hem toen duidelijk gemaakt dat ik dat niet kan zonder mezelf in de problemen te brengen. Dus, niets aan de hand… enfin, op het eerste gezicht toch niet. Want er is wel een addertje onder het gras. Eerder een gevaarlijke cobra, genaamd Natalia Yuryevna Borisova!”
Ademloos wordt er vervolgens geluisterd naar Suzy’s verhaal over vader Borisov, en naar mijn actuele aanvullingen omtrent de opsporing van de dochter. De arme Brecht zou onder tafel kruipen, mocht hij durven. Drie paar ogen zijn nu op hem gericht met de vraag: hoe ben jij gelinkt aan die criminele Wit-Russische familie?
H-21
“Ik heb niks met die vrouw! Echt niet! Een toevallige ontmoeting, meer niet.” Brecht tracht wanhopig ons te overtuigen van zijn onschuld, maar zo makkelijk laat ik hem er niet mee wegkomen.
“Een toevallige ontmoeting,” echo ik, “en heel toevallig geeft die jou haar naamkaartje voor het geval je schoonvader via haar nepnotariaat zijn huis zou willen verkopen. Raar, toch? Een helderziende.”
“Nee, geen helderziende, dat had ik haar verteld, natuurlijk. Kijk, ik was in Brussel naar de ambassade geweest en wilde de trage vooruitgang van ons dossier even doorspoelen. In het Café Luxembourg, vlak bij het Europese Parlement, zat ik aan de toog met een Leffe, toen er een koppel naast mij kwam zitten. We raakten aan de babbel en ik vertelde wat er op mijn hart lag, zomaar, om het even te luchten. Daar is toch niets mis mee? Toen ze hoorde dat ik hoopte dat jij je huis zou verkopen, liet ze verstaan dat haar kantoor bekendstaat om de vlotste afhandeling van dat soort papierwerk, en dat haar bemiddeling dus de snelste weg naar Nieuw-Zeeland kon betekenen. Ik heb haar kaartje aangenomen en het bij jou gelaten, niet om je erin te luizen, maar om je te stimuleren. Meer niet. Ik kon toch niet weten dat zij en die sfinx naast haar criminelen zijn!”
Ik heb nu echt te doen met hem. Hij houdt Christines hand vast, kijkt haar in de ogen en hoopt dat zijn biecht geloofd wordt.
“Heeft zij jouw contactgegevens?” informeert Suzy, weeral zeer bij de pinken.
“Nee, ik bezit geen naamkaartjes. Ik heb haar gezegd dat ik haar zou bellen zo gauw er nieuws is over de verkoop. Ze kent zelfs mijn naam niet, want ze zei steeds ‘Burt’, omdat ze Brecht niet uitgesproken kreeg.”
Ik rond het verhoor af: “Oké, Burt, sorry… Brecht, we geloven je. Ik denk dat we onze zegeningen mogen tellen: we zijn ontsnapt aan een hoop miserie. We kunnen nu opgelucht ademhalen en hoopvol vooruitblikken.”
Suzy schraapt luidruchtig haar keel en verkrijgt de stilte die ze beoogt. “Ik zat zo te denken, ik heb een spaarrekening die met de basisrente plus een getrouwheidspremie amper voldoende opbrengt om de inflatie bij te benen. Ik heb de eerstkomende tijd geen grote uitgaven in het verschiet. Ik kan dus – als jullie dat willen – een bedrag lenen, zodat je voldoende punten scoort. Als jullie mij laten weten wat er nog nodig is, dan help ik jullie graag uit de nood.”
Ik neem Suzy zacht bij de schouder en zeg: “Weet je dat wel zeker, Suzy? Ik krijg hier een ongemakkelijk gevoel bij: ik vroeg je mee om kennis te maken met de kinderen, niet om jou te laten opdraaien voor hun project.”
“Wees maar niet bang, Marius. Ik doe dit honderd procent uit vrije wil, omdat ik het graag doe. Niemand die mij hiertoe dwingt. Het is gewoonweg een verstandiger oplossing dan voortijdig een huis te verkopen, dat jaar na jaar in waarde stijgt. Bovendien gaat het om een lening: ik verwacht wel mijn centen terug te krijgen. Maar de details bespreken we als jullie de optelsom hebben gemaakt.”
Het dankbare koppel valt Suzy om de hals. Hun gereserveerdheid is verdampt onder de zon. Na wat extra verontschuldigingen spurten beiden naar hun respectievelijke werk. Ik betaal voor de pizza’s en de drankjes.
H-22
Terwijl we ons op weg naar huis begeven, denkt Suzy hardop:
“Het komt goed met dat koppel, hoor. Brecht zal straks wel wat verwijten mogen incasseren, omdat hij jou onder druk durfde te zetten, maar dat leggen ze wel bij in een warm bad, en met een glaasje bubbels om de lening te vieren. Samen met die lieve Maartje vind ik het een mooi gezin. Ik heb er vertrouwen in. Je mag er fier op zijn, Marius.”
“Ja, dat weet ik wel. Maar ik ben nóg fierder op mijn liefje, die heel mooi is aan de buitenkant, maar nog mooier aan de binnenkant. Dank je wel voor dat prachtige aanbod. Je bent waarlijk hun reddende engel.”
“We zullen zien,” zegt ze, nuchter als een zakenvrouw. “Voor zover ik weet volstaat het niet om genoeg punten te halen; je moet ook nog uitgeloot worden, vrees ik. Zelfs in het meest gunstige geval zie ik hen pas over een jaar of zo vertrekken.”
“Met dergelijke voorspellingen straf je mij niet, hoor. Ik ben blij met elke dag dat ze langer hier blijven. Dit brengt me trouwens op een leuk idee: je weet dat ik Maartje heb beloofd om deze zomer in de vakantie hen te bezoeken… in ‘Zeeland’. Zullen we aan het Veerse Meer zo’n beach house vlak aan het water huren? We kunnen daar zalig relaxen, boottochtjes maken… en als het te druk wordt, doen we met z’n tweetjes een uitstapje apart. Wat denk je? Zullen we?”
“Ik denk dat Maartje een gat in de lucht springt wanneer we na schooltijd haar verklappen dat we samen naar Zeeland gaan.”
EINDE
Rene Jochems, Kontich, 25 januari 2026.